Detentie en alternatieven voor detentie in internationale beschermings- en terugkeerprocedures
In de context van migratie is detentie toegestaan en gereguleerd door een strikt Europees wetgevend kader. De lidstaten erkennen de ernst van de maatregel ten aanzien van het recht op vrijheid en om kwetsbare personen beter te beschermen, vertrouwen zij steeds vaker op alternatieven voor detentie. Alternatieven voor detentie worden vaak beschouwd als minder middelenintensief, minder ingrijpend voor het individu en effectiever om de druk op nationale detentiesystemen te verminderen, maar de implementatie ervan gaat gepaard met een reeks uitdagingen.
Huidige EMN studie identificeert, als een follow-up van de 2014 studie, overeenkomsten, verschillen, praktische uitdagingen en ‘best practices’ in detentie en alternatieven voor detentie in de Europese lidstaten in het kader van zowel internationale bescherming als terugkeerprocedures tussen 2015 en 2021.
Nationale studie:
De nationale studie focust op de verschillende processen en praktijken met betrekking tot detentie en alternatieven in België.
De studie geeft een overzicht van de evolutie van het Belgische beleid inzake detentie en alternatieven waaronder de meest recente ontwikkelingen zoals de oprichting van een afdeling "alternatieven voor detentie" binnen de Dienst Vreemdelingenzaken en de opening van kantoren voor Individueel Casemanagement (ICAM).
De studie geeft verder een overzicht van de gronden waarop een beslissing tot detentie kan worden gebaseerd, inclusief een overzicht van het aantal beslissingen tot detentie per jaar.
Vervolgens wordt een overzicht gegeven van de beroepsprocedures die de Belgische wetgeving voorschrijft. Daarnaast is er een hoofdstuk gewijd aan de kritiek van nationale belanghebbenden op dit beroepssysteem. Een deel van de kritiek richt zich op het gebrek aan substantiële rechterlijke toetsing bij het aanvechten van een detentiebeslissing, alsook op het gebrek aan duidelijkheid bij het toepassen van een detentiebeslissing op basis van een "risico op onderduiken".
In overeenstemming met het internationale en Europese wetgevende kader wordt in de Belgische praktijk en het Belgische beleid bijzondere aandacht besteed aan bepaalde categorieën van kwetsbare personen. De studie belicht hoe deze kwetsbaarheden in rekenschap worden gehouden bij de beslissing om een alternatief voor detentie toe te passen of wanneer personen gedetineerd worden. Een ander hoofdstuk richt zich op welke rechten individuen - niet noodzakelijkerwijs kwetsbaar - kunnen inroepen wanneer ze gedetineerd worden.
Tot slot geeft het onderzoek een overzicht van hoe alternatieven voor detentie in de praktijk worden toegepast. Dit hoofdstuk bevat een overzicht van de actoren die betrokken zijn bij de procedures, de manier waarop de praktische uitvoering zich verhoudt tot de wettelijke grondslagen, en de specifieke doelen waarvoor alternatieven voor detentie worden gebruikt.
EU syntheseverslag:
Het EU-samenvattend verslag belicht onder andere de volgende bevindingen:
- De meest gebruikte alternatieven voor detentie zijn: meldingsplicht; de verplichting om op een specifieke plaats te verblijven; de verplichting om een paspoort of identiteitsbewijs in te leveren; de verplichting om een adres door te geven; en vrijlating op borgtocht. Andere gebruikte alternatieven zijn financiële garanties, gemeenschapsmanagementprogramma's en verplichte terugkeerbegeleiding.
- Verscheidene alternatieven voor detentie, zoals verblijfsvereisten, vrijlating op borgtocht, inlevering van een document of verplicht verblijf in opvangfaciliteiten, kunnen in de praktijk moeilijk toepasbaar zijn, bijvoorbeeld vanwege de beperkte financiële middelen van derdelanders, het ontbreken van geldige identiteits- of reisdocumenten en de beperkte beschikbaarheid van plaatsen in speciale opvangfaciliteiten.
- Verschillende criteria, zoals het risico op onderduiken, kwetsbaarheid en de geschiktheid van beschikbare alternatieven, worden in overweging genomen bij de beslissing om bewaring of een alternatief voor bewaring toe te passen.
- Er zijn beperkte gegevens beschikbaar om de impact van detentie of alternatieven voor detentie op de doeltreffendheid van het terugkeerbeleid en de internationale beschermingsprocedures van de lidstaten te meten.
Voor meer informatie, lees de Belgische studie en het EU syntheseverslag hierboven, evenals de gerelateerde Inform en Flash.