Ad Hoc Vraag over sociale bijstand voor begunstigden internationale en tijdelijke bescherming

Deze ad hoc vraag onderzoekt de verschillen in toegang tot sociale bijstand voor vluchtelingen, subsidiair beschermden en begunstigden van tijdelijke bescherming. Tevens wordt gekeken naar de redenen die worden gegeven voor deze verschillen en of er plannen of voorstellen zijn om in de nabije toekomst verder onderscheid voor deze groepen in te voeren.

Achtergrond:  

Een van de aangekondigde doelstellingen van de Belgische federale regering in het regeerakkoord (2025-2029) is de opwaardering van het burgerschap en het beschermen van het sociale zekerheidsstelsel tegen misbruik.

Een van de voorgestelde maatregelen hieromtrent is het invoeren van strengere voorwaarden voor toegang tot sociale uitkeringen (d.w.z. het niet-bijdrageplichtige, op middelen getoetste vangnet voor mensen die over onvoldoende middelen beschikken) en het creëren van prikkels voor nieuwkomers om zo snel mogelijk te integreren (onder meer door toe te treden tot de arbeidsmarkt).

Om deze nieuwe regelgeving uit te werken, wil de Belgische regering meer vernemen over de bestaande sociale uitkeringen voor personen die internationale en tijdelijke bescherming genieten in andere EMN-leden en waarnemende landen.

Respondenten:  

23 EMN-leden (waaronder BE) gaven een publiek antwoord op deze ad hoc vraag.

Bevindingen:  

Een voorlopige analyse van de antwoorden op de ad hoc vraag toont o.a. het volgende aan:

  • Ongeveer de helft van de respondenten geeft aan geen onderscheid te maken tussen personen die internationale of tijdelijke bescherming genieten en andere inwoners van hun land voor wat betreft de toegang tot sociale uitkeringen. De andere helft van de landen geeft aan dat er wel verschillen zijn.

  • In landen waar voor personen met tijdelijke bescherming andere sociale uitkeringen gelden, worden deze verschillen gerechtvaardigd door het tijdelijke karakter van hun verblijfsstatus en het afwijkende toepasselijke juridische kader.

  • Verschillen in toegang tot sociale bijstand omvatten variaties in het bedrag van de uitkering, de van toepassing zijnde wachtperiodes, de maximale duur van de uitkering, en de soorten verstrekte sociale bijstand.

  • Slechts een paar landen (BE, DE, LV, PL) geven aan dat er plannen of voorstellen zijn om (verdere) differentiatie in de toegang tot sociale bijstand in te voeren.

  • Uit de antwoorden van sommige respondenten blijkt bezorgdheid met betrekking tot gelijke behandeling (EL, SE).

Meer informatie vindt u terug in bovenstaande analyse. Hierboven vindt u ook de compilatie van antwoorden.

Publication Date:
do 19 mrt 2026
Geografie:
Hoofdthema:
Publicatietype:
Opdrachtgever:
EMN
Trefwoorden: