Ad Hoc Vraag over multidisciplinaire procedure voor leeftijdsbepaling

Deze ad hoc vraag onderzoekt of EMN-leden van plan zijn hun procedures voor leeftijdsonderzoek aan te passen in het licht van artikel 25 van Verordening (EU) 2024/1348 betreffende multidisciplinaire leeftijdsbepalingen. Er wordt nagegaan welke autoriteiten of externe dienstverleners bij de procedure betrokken zijn, en hoe multidisciplinaire teams de beoordeling in de praktijk uitvoeren. Er wordt ook dieper ingegaan op de wijze waarop verklaarde minderjarigen worden ondervraagd en hoe conclusies worden getrokken en meegedeeld.

 

Achtergrond:

In navolging van een eerdere ad hoc vraag van EMN PL heeft EMN LT deze ad hoc vraag gelanceerd om na te gaan hoe de lidstaten van plan zijn hun procedures voor leeftijdsbeoordeling aan te passen aan de multidisciplinaire aanpak die wordt voorgeschreven in artikel 25 van Verordening (EU) 2024/1348.

Deze verordening bepaalt dat wanneer er twijfel bestaat over de minderjarigheid van een aanvrager, de autoriteiten een multidisciplinaire beoordeling moeten uitvoeren, met inbegrip van een psychosociale evaluatie door gekwalificeerde professionals, in plaats van uitsluitend te vertrouwen op het uiterlijk of medische methoden.

Respondenten: 

23 EMN-leden en waarnemende landen (waaronder BE) gaven een publiek antwoord op deze ad hoc vraag.

Bevindingen:

Uit een eerste analyse van de antwoorden blijkt o.a. het volgende:

  • De grote meerderheid van de respondenten is van plan hun procedures aan te passen of heeft dit al gedaan om te voldoen aan de multidisciplinaire vereisten van het Pact inzake migratie en asiel. Het gaat hierbij om AT, BE, BG, HR, CY, EE, FI, DE, EL, IT, LV, LT, LU, MT, NL, SK en SI. Slechts enkele landen (CZ, HU en ES) zijn niet van plan wijzigingen door te voeren, aangezien zij van mening zijn dat hun bestaande kaders al in overeenstemming zijn met de multidisciplinaire aanpak. 
     
  • BE voert met ingang van 12 juni 2026 een uitgebreide nieuwe procedure in, waarbij de bevoegdheid voor de leeftijdsbeoordeling van asielzoekers wordt overgedragen aan het Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS). Het Belgische model volgt een duidelijk proces dat bestaat uit vier stappen: (i)  een eerste analyse door de Dienst Vreemdelingenzaken om te bepalen of er sprake is van “duidelijke twijfel”, (ii) een persoonlijk evaluatiegesprek, gevoerd door een gespecialiseerde "protection officer" CGVS in aanwezigheid van een voogd, (iii) indien de twijfel blijft bestaan, een multidisciplinair onderzoek door een commissie van drie deskundigen (bijv. etnopsychologen, sociaal-culturele antropologen of pedagogen) die onafhankelijk advies geven op basis van het dossier, (iv) een medische “triple test” wordt strikt als laatste redmiddel gebruikt. 
  • Verschillende landen voeren specifieke psychosociale beoordelingen in als tussenstap ter vervanging van of voorafgaand aan medisch onderzoek. In  AT wordt voortaan een psychosociale beoordeling uitgevoerd voordat er een medische diagnose wordt gesteld. Ook DE werft nieuwe professionals (psychologen en maatschappelijk werkers) aan om psychosociale gesprekken te voeren, en LU voert een psychosociale fase in die moet worden doorlopen voordat wordt beslist of medisch onderzoek nodig is. 
     

  • Multidisciplinaire teams in de EMN-leden bestaan doorgaans uit een breed scala aan deskundigen. In IT bestaat het team uit een kinderarts, een kinderpsycholoog of neuropsychiater en een maatschappelijk werker. MT maakt gebruik van een panel van drie deskundigen, waaronder maatschappelijk werkers en hulpverleners, die een specifiek leeftijdsbeoordelingsinstrument gebruiken dat met steun van de EUAA is bijgewerkt. 
     

  • Hoewel gesprekken met aanvragers doorgaans met één expert plaatsvinden, gebeurt de uiteindelijke beoordeling vaak in gezamenlijk overleg. In LT treden maatschappelijk werkers, psychologen en artsen in verschillende fasen afzonderlijk op, maar een leeftijdsbeoordelingscommissie beoordeelt de resultaten na elke stap gezamenlijk om te beslissen of de procedure moet worden voortgezet. Ook FI en DE benadrukken dat beslissingen gezamenlijk worden genomen, zonder dat automatisch voorrang wordt gegeven aan één specifiek bewijsstuk. 

Meer informatie vindt u in bovenstaande compilatie van antwoorden.