Ad Hoc Vraag over verblijfsvergunningen voor studiedoeleinden voor minderjarige derdelanders

Deze ad hoc vraag brengt de wetgeving en huidige praktijken in EMN-leden en waarnemers in kaart met betrekking tot het verlenen van verblijfsvergunningen voor studiedoeleinden aan minderjarigen. Deze inventarisatie omvat toelatingscriteria, procedurele vereisten en informatie over wie de verantwoordelijkheid draagt voor de minderjarige tijdens zijn of haar verblijf in het ontvangende land. 

Achtergrond:

Spanje heeft onlangs zijn juridische kader voor het algemene immigratieregime herzien en geactualiseerd. Bepaalde specifieke categorieën – zoals de verblijfsvergunning voor studiedoeleinden voor minderjarige derdelanders (leerlingen) – blijven echter onderworpen aan afzonderlijke, specifieke regels, gezien hun bijzondere belang voor de bescherming van het hoger belang van het kind en de inherente complexiteit om dit volledig te regelen in een breed wetgevend instrument. Momenteel wordt deze categorie niet specifiek geregeld onder de immigratiewet en kan een dergelijke vergunning alleen worden verleend aan minderjarigen die deelnemen aan een officieel erkend mobiliteitsprogramma. 

Een van de belangrijkste doelstellingen van het reguleren van dit type verblijfsvergunning is het creëren van een duidelijker, meer coherent en efficiënt systeem dat specifiek de voorwaarden en procedures voor deze groep vastlegt, terwijl tegelijkertijd het hoger belang van het kind wordt beschermd en rechtszekerheid wordt gewaarborgd voor zowel gezinnen als de betrokken onderwijsinstellingen. In dit kader wil het Spaanse ministerie van Inclusie, Sociale Zekerheid en Migratie informatie verzamelen over de wetgeving en huidige praktijken in andere EMN-leden en waarnemers over de afgifte van visa en verblijfsvergunningen voor studiedoeleinden aan minderjarigen (leerlingen). 

Respondenten:

24 EMN-leden en waarnemers (waaronder BE) gaven een openbaar antwoord op deze ad hoc vraag. 

Bevindingen:

Een voorlopige analyse van de resultaten van de ad hoc vraag toont dat: 

  • Van de 24 reagerende landen staan er 19 de toegang en het verblijf toe van minderjarige derdelanders die niet door hun ouders of wettelijke voogden worden begeleid (“leerlingen”) voor het volgen van studies. In BE is leeftijd geen voorwaarde voor het aanvragen van een verblijfsvergunning voor studie, maar de wetgeving bepaalt dat deze studie moet plaatsvinden aan een instelling voor hoger onderwijs of in een voorbereidend jaar daarvoor. Aanvragen voor studie in het secundair onderwijs worden geval per geval beoordeeld en vallen onder de discretionaire bevoegdheid van de minister (in de praktijk worden slechts zeer weinig van dergelijke aanvragen ingediend). In sommige landen (BG, LV, ES) worden verblijfsvergunningen voor studie in het secundair onderwijs alleen toegekend in het kader van uitwisselings- of mobiliteitsprogramma’s. 
     
  • De meeste landen hanteren geen minimumleeftijd voor dit type verzoeken, aangezien de vergunningen eerder afhangen van het type onderwijsinstelling waar de studie plaatsvindt (lagere school, secundair of hoger onderwijs). Slechts 4 landen hanteren een minimumleeftijd (12 jaar in CY, 14 jaar in IT en LU, 15 jaar in SK). Andere landen rapporteren dat een minimumleeftijd slechts indirect bestaat als gevolg van algemene regels of praktijken (bijvoorbeeld 14–15 jaar in DE), of als gevolg van formele vereisten waaraan onderwijsinstellingen moeten voldoen om buitenlandse leerlingen te mogen ontvangen (bijvoorbeeld in HU, waar kleuteronderwijs automatisch is uitgesloten). 
     
  • De gevraagde documenten voor een aanvraag variëren per land, maar omvatten bijna altijd een vorm van toestemming van de ouder of wettelijke voogd. 
     
  • 10 landen (AT, HR, CY, CZ, FR, IT, LT, NL, RS, SK) vereisen dat een onderwijsinstelling of derde partij in het ontvangende land verantwoordelijk wordt voor de minderjarige tijdens het verblijf. In CY en SK wordt een voogd aangesteld door de rechtbank, die geschiktheid en welzijn van het kind beoordeelt. In EE en HU moet de onderwijsinstelling of derde partij de minderjarige kunnen vertegenwoordigen in juridische procedures, zonder verantwoordelijkheid te dragen. Slechts 6 landen (CY, CZ, IT, LT, RS, SK) voeren een systematische controle of validering uit van de persoon die verantwoordelijk is voor de minderjarige – in andere landen (bijvoorbeeld AT, HR) gebeurt dit enkel in gerechtvaardigde individuele gevallen. In BE hoeven toegelaten studenten niet onder de verantwoordelijkheid van een instelling of persoon te vallen; wel moet de student voldoende bestaansmiddelen kunnen bewijzen (die door een derde kunnen worden gedragen).
     

Voor meer details wordt verwezen naar de bijgevoegde verzameling van antwoorden. 

Publication Date:
vr 14 nov 2025
Geografie:
Hoofdthema:
Publicatietype:
Opdrachtgever:
EMN
Trefwoorden: