Ad Hoc Vraag over ondersteuningsmaatregelen voor begunstigden van tijdelijke bescherming

Deze ad hoc vraag onderzoekt de soorten ondersteuningsmaatregelen die EMN-leden bieden aan begunstigden van tijdelijke bescherming, zoals huisvesting, financiële hulp, administratieve en logistieke ondersteuning, en medische zorg. Daarnaast worden de toelatingscriteria voor deze maatregelen onderzocht, de verschillen met de ondersteuning voor verzoekers om internationale bescherming en de vraag of de rechten voortduren voor begunstigden van tijdelijke bescherming die in dienst zijn.

 

Achtergrond: 

De vraag is ingediend door het EMN Nationaal Contactpunt (NCP) Luxemburg op 31 maart 2025. Het Luxemburgse Nationaal Opvangbureau (ONA) is verantwoordelijk voor de organisatie van de opvang van asielzoekers en begunstigden van tijdelijke bescherming, inclusief het beheer van huisvestingsfaciliteiten voor deze groep. Door een huisvestingscrisis in Luxemburg en de recente verlenging van de Richtlijn tijdelijke bescherming tot 4 maart 2026, staat ONA onder toenemende druk om huisvesting te bieden aan begunstigden van tijdelijke bescherming. Daarom zoekt men informatie uit andere landen om mogelijke beleidsaanpassingen door te voeren.

Respondenten: 

23 EMN-leden (inclusief BE) hebben openbare antwoorden gegeven op deze ad hoc vraag.  

Bevindingen: 

Een voorlopige analyse van de resultaten toont aan dat:

  • De meeste EMN-leden een breed scala aan ondersteuningsmaatregelen bieden aan begunstigden van tijdelijke bescherming, waaronder huisvesting, financiële hulp, toegang tot de arbeidsmarkt, onderwijs, gezondheidszorg, en diverse sociale en administratieve diensten.
     
  • Er bestaan aanzienlijke verschillen tussen de ondersteuning voor begunstigden van tijdelijke bescherming en verzoekers om internationale bescherming. Begunstigden van tijdelijke bescherming hebben doorgaans directe en onbeperkte toegang tot de arbeidsmarkt, in tegenstelling tot verzoekers om internationale bescherming die vaak wachttijden ondervinden. Financiële hulp voor begunstigden van tijdelijke bescherming is vaak uitgebreider en geïntegreerd in de nationale sociale zekerheidsstelsels, terwijl verzoekers om internationale bescherming doorgaans minimale en tijdelijke hulp ontvangen. Ook de huisvestingsmogelijkheden verschillen, waarbij begunstigden van tijdelijke bescherming vaak meer variatie hebben in huisvestingsopties en meestal niet worden ondergebracht in standaard asielopvangvoorzieningen, in tegenstelling tot verzoekers om internationale bescherming.
  • Toelatingscriteria voor huisvesting, vooral in opvangfaciliteiten, zijn meestal afhankelijk van het feit dat de persoon begunstigde is van tijdelijke bescherming en geen voldoende eigen middelen heeft. Sommige landen bieden geen opvangfaciliteiten aan begunstigden van tijdelijke bescherming. Zo organiseert BE huisvesting voor deze groep op regionaal en lokaal niveau, wat verschilt van de centraal georganiseerde opvang voor asielzoekers beheerd door Fedasil. Sommige landen bieden geen opvang aan begunstigden van tijdelijke bescherming (bijvoorbeeld CZ en HU).
     
  • De aanpak van financiële ondersteuning voor huisvesting varieert onder de EMN-leden. Sommige landen bieden directe financiële steun voor particuliere huisvesting, zoals huursubsidies of huurtoelagen. Andere landen, waaronder BE, bieden voornamelijk door de staat georganiseerde opvang en subsidiëren eerder aanbieders (bijv. hoteliers, lokale overheden, werkgevers) dan de begunstigden van tijdelijke bescherming zelf. In de meeste gevallen kunnen begunstigden van tijdelijke bescherming onder dezelfde voorwaarden als staatsburgers huurtoelagen of vergelijkbare huisvestingsuitkeringen aanvragen.
  • Begunstigden van tijdelijke bescherming hebben doorgaans uitgebreide toegang tot medische zorg, vaak gelijk aan die van staatsburgers. Deze zorg is meestal kosteloos, gefinancierd door de staat of geregeld via nationale zorgverzekeringen, vaak zonder wachttijden.
     
  • Of de staatsondersteuning voor begunstigden van tijdelijke bescherming die werk vinden wordt voortgezet, verschilt per land. Sommige uitkeringen (zoals kinderbijslag en toegang tot publieke gezondheidszorg) blijven doorgaans doorlopen, ongeacht inkomen. Middelentoetsgebonden financiële hulp (zoals leefgeld of sociale bijstand) wordt vaak verlaagd of stopgezet zodra inkomensdrempels worden overschreden. In verschillende landen wordt van begunstigden van tijdelijke bescherming in staatsopvang verwacht dat zij financieel bijdragen zodra zij aan het werk zijn. Soms verandert bij werk de gezondheidsverzekering van staatsfinanciering naar werkgeversbetaling.

Voor meer details kunt u de bijgevoegde antwoorden (in het Engels) raadplegen.   

Publication Date:
wo 28 mei 2025
Geografie:
Hoofdthema:
Publicatietype:
Opdrachtgever:
EMN
Trefwoorden: