Ad Hoc Vraag over momenteel toegepaste asielprocedures aan de grens met het oog op de uitvoering van het nieuwe Migratie- en Asiel

Deze ad hoc vraag, die aan de basis lag van een EMN Inform, verzamelde informatie over de wijze waarop EMN-leden en waarnemende landen momenteel asielgrensprocedures toepassen. Zij bestrijkt de belangrijkste stappen van de asielprocedure aan de grens, waaronder procedurele fasen, verantwoordelijke autoriteiten, rechtsgrondslagen voor besluiten, maatregelen voor kwetsbare aanvragers en veiligheidsrisico’s, evenals goede praktijken en belangrijkste uitdagingen.

Achtergrond:

Het Europees Migratienetwerk besloot, na een stemming in de stuurgroep, een Inform op te stellen over de momenteel toegepaste asielprocedures aan de grens in het kader van de uitvoering van het Migratie- en Asielpact, als onderdeel van het werkprogramma voor 2025. Deze Inform had tot doel een overzicht te bieden van de wijze waarop EU-lidstaten grensprocedures toepassen op grond van artikel 43 van de Richtlijn Asielprocedures, die toestaat dat aanvragen aan de grens of in een transitzone worden onderzocht. De procedure is niet verplicht en verschilt per land onder meer wat betreft reikwijdte, verantwoordelijke autoriteiten, termijnen, opvangvoorwaarden en maatregelen voor kwetsbare aanvragers. Om betrouwbare en actuele informatie te verzamelen voor het opstellen van de Inform, werd deze ad hoc vraag uitgevaardigd.

Respondenten:

25 EMN-leden en waarnemende landen hebben een openbaar antwoord op deze ad hoc vraag verstrekt.

Bevindingen:

Een voorlopige analyse van de resultaten van de Ad Hoc Vraag toont aan dat:

  • In 12 EMN-leden asielprocedures kunnen worden uitgevoerd aan de grens of in een transitzone. Daartegenover staan 13 landen waar geen grensprocedures worden toegepast. Onder deze landen meldden EE, HR, HU en SI dat er wel wettelijke bepalingen bestaan, maar dat deze in de praktijk niet worden toegepast, terwijl zeven landen aangaven geen rechtsgrondslag te hebben voor een dergelijke procedure.
     
  • Twee EMN-leden gaven aan zaken uitsluitend te onderzoeken op basis van ontvankelijkheid of hiervoor een wettelijke basis te hebben, terwijl elf landen zowel de ontvankelijkheid als de inhoudelijke beoordeling van aanvragen aan de grens uitvoeren.
     
  • In EMN-leden zijn doorgaans twee typen overheidsinstanties betrokken bij grensprocedures: rechtshandhavingsinstanties (waaronder politie, grensbewaking en kustwacht) en beslissende autoriteiten.
     
  • EMN-leden rapporteerden uiteenlopende praktijken om veiligheidsaspecten binnen hun grensprocedures te betrekken. ES, FR en PT wezen expliciet op het raadplegen van rechtshandhavingsdatabases. In acht landen zijn veiligheidsdiensten en/of de politie betrokken. DE, NL en PT meldden dat zij de uitsluitingsclausule gebruiken als aanvullend kader om dergelijke zaken te beoordelen. In FI en LT is in het kader van versnelde procedures detentie mogelijk, en in IT wordt de behandeling verder versneld (met een beslistermijn van vijf dagen).
     
  • In zes EMN-leden kunnen bepaalde categorieën kwetsbare personen niet aan grensprocedures worden onderworpen. In andere gevallen is de vrijstelling van bepaalde kwetsbare groepen afhankelijk van voorwaarden. In BE, EL, FI, FR, NL en PT worden personen die bijzondere procedurele waarborgen nodig hebben in de reguliere procedure behandeld indien deze waarborgen niet binnen de grensprocedure kunnen worden geboden.

Voor beknopte en vergelijkende informatie wordt verwezen naar de Inform over dit onderwerp. Voor gedetailleerde landspecifieke informatie kunt u de hierboven bijgevoegde compilatie van antwoorden raadplegen.

Publication Date:
do 15 mei 2025
Geografie:
Hoofdthema:
Publicatietype:
Opdrachtgever:
EMN
Trefwoorden: