Momenteel toegepaste asielprocedures aan de grens met het oog op de uitvoering van het Migratie- en asielpact (EMN Inform)
Deze EMN Inform geeft een overzicht van de grensprocedures die momenteel door EMN-leden worden toegepast op grond van de Richtlijn Gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming. De focus ligt voornamelijk op de soorten procedures, de betrokken autoriteiten, de verwerkingstermijnen, de soorten genomen besluiten en de waarborgen voor verzoekers om internationale bescherming met bijzondere behoeften. De Inform benadrukt verschillen in nationale praktijken en presenteert deze zoals zij bestaan vóór de invoering van de verplichte Asielgrensprocedure onder het Migratie- en asielpact.
Grensprocedures maken het mogelijk om bepaalde aanvragen voor internationale bescherming te behandelen aan de grens of in transitzones, zonder toegang tot het grondgebied te verlenen. Het ontwerp en de toepassing ervan verschillen per land, afhankelijk van nationale wetgeving en administratieve praktijken. In deze Inform verwijst “grensprocedure” naar de nationale uitvoering van artikel 43 van de Richtlijn Asielprocedures, en omvat dit zowel ontvankelijkheidstoetsingen als inhoudelijke beoordeling van aanvragen.
De belangrijkste bevindingen van de Inform:
- Twaalf EMN-leden voeren momenteel asielprocedures uit aan de grens of in transitzones, waarbij Oostenrijk, Tsjechië en Duitsland deze procedures beperken tot luchthavens. Dertien landen passen geen grensprocedures toe.
- Twee hoofdtypen autoriteiten zijn betrokken bij grensprocedures: rechtshandhavingsinstanties en beslissende (beoordelende) autoriteiten.
- De meeste landen die grensprocedures toepassen, hanteren specifieke termijnen voor het nemen van beslissingen, variërend van twee werkdagen tot vier weken. Tien landen bepalen dat toegang tot het grondgebied moet worden verleend wanneer deze termijnen niet worden gehaald.
- Grensprocedures kunnen gericht zijn op ontvankelijkheid (artikel 43, lid 1, onder a) of op de inhoud van de aanvraag (artikel 43, lid 1, onder b). Hongarije en Letland passen uitsluitend ontvankelijkheidsprocedures toe, terwijl elf landen artikel 43, lid 1, onder b, hebben omgezet in nationale wetgeving.
- Zeven EMN-leden hebben alle tien gronden uit artikel 31, lid 8, van de Richtlijn Asielprocedures ingevoerd, die een versnelde behandeling of afwijzing van een aanvraag aan de grens of in transitzones mogelijk maken in specifieke situaties. Deze gronden omvatten onder meer aanvragen uit veilige landen van herkomst, gevallen waarin de verzoeker valse of tegenstrijdige informatie heeft verstrekt, herhaalde aanvragen, of situaties waarin de verzoeker een veiligheidsrisico vormt of de procedure belemmert.
- Maatregelen ten aanzien van verzoekers om internationale bescherming die een veiligheidsrisico vormen, omvatten onder andere de betrokkenheid van veiligheidsdiensten of politie, toepassing van uitsluitingsclausules, gebruik van detentie of versnelde procedures.
- Acht leden passen in bepaalde gevallen de Dublinprocedure toe aan de grens, waarbij vijf landen overdrachten binnen de grensprocedure kunnen uitvoeren.
- Om de procedure aan de grens uit te voeren en te voorkomen dat de verzoeker om internationale bescherming het grondgebied betreedt, hebben zeven landen de mogelijkheid ingevoerd tot detentie en hebben vijf landen de mogelijkheid ingevoerd tot het opleggen van beperkingen op de bewegingsvrijheid of detentie.
- In sommige EMN-leden kunnen bepaalde kwetsbare personen niet aan grensprocedures worden onderworpen. Dit betreft onder meer niet-begeleide minderjarigen en verzoekers om internationale bescherming die bijzondere procedurele waarborgen nodig hebben, waarbij de beperkingen afhangen van de mogelijkheid om de noodzakelijke waarborgen te bieden of van het bestaan van specifieke ontvankelijkheids- of versnelde gronden.
De volledige Inform is hierboven toegevoegd. Voor gedetailleerde informatie per land kunt u de ad hoc vraag raadplegen die voor deze Inform is gebruikt.