Ad Hoc Vraag over de procedures voor het onderzoeken van aanvragen tot naturalisatie op basis van taalvaardigheid en burgerschapstestst
Deze ad hoc vraag brengt het gebruik van zowel taaltesten als burgerschapstests in kaart in de vereisten voor het verkrijgen van de nationaliteit binnen de EMN-leden en waarnemende landen. Er wordt informatie verstrekt over de vereiste taalniveaus, de onderwerpen die getest worden, en de instellingen die verantwoordelijk zijn voor het beoordelen van aanvragen, met bijzondere aandacht voor het toetsen van de naleving van de fundamentele waarden van het land.
Achtergrond:
In Frankrijk voorziet de recente wet van 26 januari 2024 (met als doel de immigratie te controleren en de integratie te verbeteren) in twee nieuwe maatregelen die in werking treden op 1 januari 2026: (1) Een verhoging van het vereiste taalniveau, en (2) de introductie van een nieuwe kennisproef (bekend als het ‘civische examen’) voor aanvragen tot naturalisatie bij besluit.
In november 2025 organiseerde de subdirectie voor toegang tot de Franse nationaliteit (SDANF) binnen de Algemene Directie voor Buitenlandse Nationaliteit van het Franse Ministerie van Binnenlandse Zaken een bijeenkomst voor verantwoordelijken van platforms die toegang tot de Franse nationaliteit bieden. In dit kader lanceerde het Franse Nationaal Contactpunt (NCP) van het EMN deze ad hoc vraag om belanghebbenden te voorzien van informatie over de taal- en nationaliteitstestvereisten voor aanvragen tot nationaliteit bij besluit in de EMN-leden en waarnemende landen.
Respondenten:
25 EMN-leden en waarnemende landen (inclusief BE) hebben een openbaar antwoord verstrekt op deze ad hoc vraag.
Bevindingen:
Een voorlopige analyse van de resultaten van de ad hoc vraag toont het volgende:
- Van de 25 responderende landen eisen 23 landen bewijs van taalvaardigheid om nationaliteit te verkrijgen, al gebeurt dit niet altijd via een formele test. Het vereiste niveau is A2 in 7 landen (BE, CY (afhankelijk van verblijfsstatus), LT, LU (mondelinge uitdrukking), NL, SI, ES), B1 in 11 landen (AT, HR, CY (afhankelijk van verblijfsstatus), CZ, EE, DE, EL, HU, IT, LU (luisterbegrip), UA) en B2 in 3 landen (FR (vanaf 1 januari 2026), LV, PO). In BE kunnen aanvragers voor nationaliteit voldoen aan de taalvereiste via kwalificaties en opleidingen (bijvoorbeeld het behalen van een diploma hoger onderwijs in België), werkervaring, het volgen van een integratieprogramma, of door het overleggen van een officieel taalcertificaat.
- De instellingen die verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van de beoordeling verschillen per land, maar zijn vrijwel altijd een overheidsinstantie of geaccrediteerde taalinstellingen of testcentra. In BE is het openbaar ministerie (en de rechtbanken in beroep) verantwoordelijk voor de beoordeling van de aanvraag. Geen enkel land rapporteerde het gebruik van AI-gebaseerde instrumenten voor deze beoordeling.
- Van de 25 responderende landen vereisen 15 landen een burgerschapstest om nationaliteit te verkrijgen. De onderwerpen van deze testen variëren sterk en omvatten onder meer democratie en fundamentele waarden, de geschiedenis van het land, geografie, cultuur, economie, gewoonten en moraal, politiek, instellingen (rechterlijke, uitvoerende en wetgevende macht), rechten en plichten, maar ook nationale feestdagen, het volkslied en vervoermiddelen. België vereist geen burgerschapstest.
- 10 landen vereisen dat aanvragers bij hun aanvraag een document ondertekenen waarin zij verklaren de fundamentele beginselen en waarden van het land te erkennen. Dit geldt ook voor BE, waar aanvragen tot nationaliteit een verklaring moeten bevatten waarin wordt verklaard dat men zich houdt aan de Grondwet, de wetten van het Belgische volk en het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden. Sommige landen vereisen een eed, maar geen schriftelijke verklaring.
Voor meer details, raadpleeg de bijgevoegde compilatie van antwoorden.