Ad Hoc Vraag over de erkenning van documenten voor niet-gereglementeerde beroepenen

Deze ad hoc vraag onderzoekt de bestaande procedures in EMN-lidstaten en waarnemende landen voor de erkenning van documenten die vereist zijn om “gereglementeerde beroepen” uit te oefenen versus “niet-gereglementeerde beroepen”, zoals uiteengezet in artikel 5 van Richtlijn (EU) 2021/1883 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan.

 

Achtergrond:

Artikel 5 van Richtlijn (EU) 2021/1883 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan maakt een onderscheid tussen de bewijsstandaard die nodig is voor “gereglementeerde beroepen” versus “niet-gereglementeerde beroepen”.

Een “gereglementeerd beroep” wordt in artikel 3, lid 1, onder a), van Richtlijn 2005/36/EG gedefinieerd als “een beroepswerkzaamheid of een geheel van beroepswerkzaamheden waartoe de toegang of waarvan de uitoefening of een van de wijzen van uitoefening krachtens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen direct of indirect afhankelijk wordt gesteld van het bezit van bepaalde beroepskwalificaties; met name het voeren van een beroepstitel die door wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen beperkt is tot de houders van een bepaalde beroepskwalificatie, geldt als een wijze van uitoefening”. Een “niet-gereglementeerd beroep” is een beroep dat niet onder deze definitie valt.

Slovakije is bezig met de omzetting van dit artikel in nationale wetgeving en heeft deze ad hoc vraag gesteld om meer te weten te komen over de ervaringen van EU-lidstaten met de omzetting van dit artikel of andere ervaringen met het systeem van erkenning van documenten in niet-gereglementeerde beroepen in de bestaande nationale praktijk of wetgeving.

Respondenten:

21 landen die lid en waarnemer zijn van het EMN (waaronder BE) hebben publiekelijk geantwoord op deze ad hoc vraag.

Bevindingen:

Uit een voorlopige analyse van de resultaten van de ad hoc vraag blijkt dat:

  • 14 responderende landen (waaronder BE) een onderscheid maken tussen de vereiste documenten die ofwel de relevante kwalificaties aantonen ofwel aantonen dat aan de voorwaarden voor de uitoefening van het beroep is voldaan, die respectievelijk van toepassing zijn op gereglementeerde en niet-gereglementeerde beroepen. Sommige landen beschikken over een systeem om dit onderscheid te maken, ook al hebben ze nog niet alle bepalingen van de richtlijn in kwestie omgezet.
     
  • 8 landen die publiekelijk geantwoord hebben (waaronder BE, alleen voor het Waalse Gewest) eisen van aanvragers die een niet-gereglementeerd beroep willen uitoefenen dat ze beschikken over een document dat getuigt van relevante hogere beroepskwalificaties die officieel zijn erkend als vergelijkbaar met het kwalificatiedocument dat door het land in kwestie wordt afgegeven. In dit geval verloopt de procedure voor de erkenning van de kwalificaties via de bevoegde autoriteiten, die van land tot land verschillen. In BE zijn de bevoegde autoriteiten de Franse Gemeenschap voor aanvragen ingediend bij het Waals Gewest.
     
  • In andere landen (waaronder BE voor het Vlaamse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) zijn er verschillende procedures om de documenten te verifiëren die getuigen van relevante hogere beroepskwalificaties. Deze verificaties kunnen de verantwoordelijkheid zijn van bevoegde ambassades of van de werkgevers zelf en worden vaak geval per geval uitgevoerd. In het Vlaams Gewest (BE) worden de kwalificaties gecontroleerd aan de hand van expertise en betrouwbare databanken (bijv. UNESCO, Anabin), en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt ervan uitgegaan dat de werkgever de nodige controles heeft uitgevoerd om ervoor te zorgen dat de werknemer over de juiste kwalificaties beschikt om het beroep uit te oefenen.

Meer informatie vindt u in de compilatie van antwoorden in bijlage.

Publication Date:
do 25 apr 2024
Geografie:
Hoofdthema:
Publicatietype:
Opdrachtgever:
EMN
Trefwoorden: