Goede praktijken en uitdagingen bij het identificeren van slachtoffers van foltering en mishandeling in het kader van internationale en tijdelijke bescherming (EMN - Rode Kruis Inform)
Deze EMN Inform kwam tot stand door een samenwerking met het Rode Kruis Bureau bij de Europese Unie en het Zweedse Rode Kruis. De Inform geeft een overzicht van de richtlijnen en trainingen die EMN Lidstaten en Landen met waarnemersstatus geven over vroegtijdige opsporing en identificatie van vermoedelijke slachtoffers van foltering of andere vormen van onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing in internationale beschermingsprocedures. Het schetst welke procedurele waarborgen en richtlijnen asielautoriteiten gebruiken bij het vragen naar medisch-juridische documentatie in internationale beschermingsaanvragen. Daarnaast beschrijft het ook hoe slachtoffers geïdentificeerd worden binnen de groep van begunstigden van tijdelijke bescherming die medische zorg behoeven, in overeenstemming met de Tijdelijke Beschermingsrichtlijn.
Download publication
Volgens de internationale mensenrechtenwetgeving, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie is het verbod op foltering een absoluut, dwingend mensenrecht. Op EU-niveau bestaan er specifieke bepalingen om slachtoffers van foltering te identificeren. De gegevens over de aanwezigheid van folteringsslachtoffers onder aanvragers van internationale bescherming blijven echter beperkt. Volgens schattingen zouden er in 2010 in de EU ongeveer 400 000 slachtoffers van foltering aanwezig zijn. Bovendien blijkt uit de beschikbare gegevens dat 30-60% van de aanvragers van internationale bescherming die medische hulp zoeken, overlevenden van foltering zijn. Uit onderzoek blijkt dat ze vaak kampen met psychische problemen zoals posttraumatische stressstoornis (PTSS), angst, zelfmoordgedachten en depressie, waardoor ze hun verzoek om internationale bescherming niet goed kunnen indienen en/of de kans op een negatieve uitkomst groter is. Medisch-juridische rapporten kunnen cruciaal zijn voor het onderbouwen van beweringen en kunnen de toegang tot noodzakelijke behandelingen faciliteren. Er zijn echter geen gegevens voorhanden over de procedurele waarborgen naargelang van de verschillende fasen van de asielprocedure.
De Inform, die de periode tussen januari 2022 tot eind juli 2023 bestreikt en aangevuld werd in april 2024, benadrukt onder andere dat:
- In het kader van internationale beschermingsprocedures de bevoegde autoriteiten in de meeste EMN-lidstaten en landen met waarnemersstatus een algemene opleiding krijgen via nationale programma's of specifieke sessies, met als doel ervoor te zorgen dat slachtoffers van foltering vroegtijdig kunnen worden opgespoord.
- Medisch-juridische documentatie kan belangrijk bewijs leveren voor foltering en/of mishandeling. Hulpverleners vragen deze documentatie meestal geval per geval op. Deze zijn is cruciaal om beweringen te ondersteunen en toegang te krijgen tot behandeling en rehabilitatie.
- De richtlijnen voor medisch-juridische documentatie variëren en slechts enkele EMN-lidstaten en landen met waarnemersstatus hanteren lijsten van aangewezen artsen of specifieke criteria voor het in aanmerking nemen van bewijsmateriaal. Meer dan de helft van de landen staat aanvragers toe om rechtstreeks documentatie in te dienen.
- Het Asielagentschap van de Europese Unie (EUAA), ngo's of internationale organisaties zijn vaak de instanties die de opleiding geven en de richtlijnen opstellen die toestaan dat slachtoffers van foltering opgespoord kunnen worden. Andere landen, zoals Frankrijk en Zweden, ontwikkelen hun eigen richtlijnen.
- Belangrijke uitdagingen bij internationale beschermingsprocedures zijn onder meer: de aarzeling van slachtoffers om aangifte te doen vanwege angst, schaamte of psychische gevolgen; de beoordeling van de geloofwaardigheid van beweringen over foltering; en het gebrek aan vertrouwen van slachtoffers in de autoriteiten, vaak als gevolg van hun ervaringen in landen van herkomst of doorreis.
- Tot de goede praktijken die door de landen werden gemeld, behoren onder meer het bevorderen van nauwe samenwerking, het betrekken van verschillende belanghebbenden in eerdere stadia (bv. opvangcentra) en het stimuleren van flexibele processen en informatie-uitwisseling die tegemoet komen aan de behoeften van overlevenden van foltering.
- De belangrijkste uitdaging voor de autoriteiten bij het identificeren en opsporen van personen die tijdelijke bescherming genieten en die het slachtoffer zijn geweest van foltering en/of mishandeling, is dat personen die tijdelijke bescherming genieten tijdens hun registratie voor tijdelijke bescherming relatief weinig contact hebben met de autoriteiten. Sommige landen hebben echter protocollen ingevoerd, gespecialiseerde centra die medische diensten op maat aanbieden, en bewustmakingscampagnes gelanceerd om zelfrapportering te vergemakkelijken.
Lees voor meer informatie de Inform in de bijlage hierboven.