Ad Hoc Vraag over visa en het recht om te werken
Deze ad hoc vraag onderzoekt nationale voorschriften en praktijken met betrekking tot de tewerkstelling van onderdanen van derde landen tijdens korte verblijven of verblijven waarvoor geen visum nodig is, evenals de bestaande procedures voor de afgifte van D-visa voor verblijf van lange duur met het oog op tewerkstelling.
Download publication
Achtergrond:
Estland bereidt momenteel een wetswijziging voor inzake de toegang, het verblijf en de tewerkstelling van onderdanen van derde landen. Een van de belangrijkste doelstellingen van deze geplande wetswijziging is een meer gestroomlijnd en systematisch kader voor de toegang, het verblijf en de tewerkstelling van onderdanen van derde landen tot stand te brengen, waarbij verschillende vergunningen effectief worden geïntegreerd in een efficiënt en gebruiksvriendelijk systeem.
In het kader hiervan verzocht het Estse ministerie van Binnenlandse Zaken om informatie over nationale voorschriften en praktijken met betrekking tot D-visa voor verblijf van langere duur en de tewerkstelling van onderdanen van derde landen tijdens een kort verblijf. Antwoorden van andere leden (EU Lidstaten, uitgezonderd Denemarken) van het EMN zullen bijdragen tot een vergelijkende analyse van de Estse regelgeving met die van andere landen.
Respondenten:
21 EMN leden (waaronder BE) hebben publiekelijk geantwoord op deze ad hoc vraag.
Bevindingen:
Een voorlopige analyse van de resultaten van de ad hoc vraag laat o.a. het volgende zien :
- In de meerderheid van de responderende EMN-leden kunnen derdelanders die verblijven op basis van een visum voor kort verblijf of een visumvrij verblijf, werken voor een duur van minder dan 90 dagen. In sommige landen mogen onderdanen van derde landen uitsluitend werken op basis van een visum voor kort verblijf of een visumvrij verblijf (bv. ES). In andere landen mogen ze niet werken zonder verblijfsvergunning (bv. CY). Om onderdanen van derde landen in staat te stellen te werken, verstrekken sommige landen C-visa voor arbeidsdoeleinden (bv. AT), terwijl andere een aparte werkvergunning (bv. BE, FR) of registratie (bv. EE) vereisen. Bepaalde sectoren zijn over het algemeen vrijgesteld van deze vereisten.
- De meeste EMN-leden die hebben gereageerd, verstrekken D-visa voor een verblijf van langere duur aan onderdanen van derde landen die langer dan 90 dagen in het land willen verblijven. Slechts enkele landen verstrekken geen D-visa voor verblijf van langere duur (HU, CY, SE). In ongeveer de helft van de responderende landen die visa voor verblijf van langere duur afgeven, is de afgifte van het D-visum gekoppeld aan de procedure voor een verblijfsvergunning. Onderdanen van derde landen kunnen in verschillende landen al werken op basis van het D-visum vóór de verblijfsvergunning (bv: EL waar onderdanen van derde landen kunnen werken na de indiening van de aanvraag voor een verblijfsvergunning); in andere landen moeten onderdanen van derde landen wachten tot de verblijfsvergunning is afgegeven om te kunnen werken (bv. NL). In de andere responderende landen die visa voor verblijf van langere duur afgeven, is de afgifte van het D-visum niet gekoppeld aan een andere procedure en kan het voor verschillende doeleinden worden afgegeven (bv. DE). Voor onderdanen van derde landen die op basis van het D-visum willen werken, vereisen sommige landen een aparte werkvergunning (bv. LT) of een registratie van de beroepsactiviteit (EE). Als het D-visum wordt afgegeven voor arbeidsdoeleinden, is een afzonderlijke werkvergunning meestal niet vereist (bv. LV). In BE worden aanvragen voor D-visa voor een verblijf van langere duur met het oog op tewerkstelling ingediend via de procedure voor een gecombineerde vergunning, waarbij zowel de werkvergunning als de verblijfsvergunning tegelijkertijd worden verwerkt (door respectievelijk de regionale autoriteiten en de Dienst Vreemdelingenzaken). Ook hier kunnen vrijstellingen gelden afhankelijk van het soort werk.
Raadpleeg de compilatie van antwoorden hierboven voor meer informatie.