Ad Hoc Vraag over verblijfsvergunningen op basis van persoonlijke en familiale banden
Deze ad hoc vraag onderzoekt hoe artikel 8 EVRM met betrekking tot het recht op eerbiediging van privé-, en familieleven kan leiden tot specifieke verblijfsvergunningen in EMN-lidstaten en waarnemerslanden, en hoe dit artikel wordt meegenomen in nationale wetgeving en procedures die van toepassing zijn op vreemdelingen.
Achtergrond:
Het recht op familieleven is een van de basisrechten die gewaarborgd worden door internationale juridische instrumenten, met name door artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Volgens de Franse wet kan een verblijfsvergunning “persoonlijke en familiale banden” worden verleend aan vreemdelingen die geen andere verblijfsvergunningen kunnen krijgen, na zorgvuldige beoordeling van persoonlijke en familiale banden. Het Bureau voor Gezinsimmigratie van de Directie Immigratie binnen het Franse Ministerie van Binnenlandse Zaken en Overzeese Gebieden zoekt informatie over de wetgeving van EMN-lidstaten en waarnemerslanden met betrekking tot de bovengenoemde en andere gerelateerde verblijfsvergunningen.
EMN Frankrijk heeft deze ad hoc vraag gelanceerd om meer specifiek informatie te verzamelen over hoe artikel 8 van het EVRM wordt toegepast in EMN-lidstaten en waarnemerslanden. Ze willen ook nagaan of deze landen de criteria met betrekking tot het "recht op eerbiediging van privé- en familieleven" strikt toepassen.
21 EMN-lidstaten en waarnemerslanden (inclusief BE) hebben een openbaar antwoord gegeven op deze ad hoc vraag.
Bevindingen:
Een voorlopige analyse van de resultaten van de ad hoc vraag toont aan dat:
- 10 EMN-lidstaten artikel 8 van het EVRM in hun nationale wetgeving hebben omgezet via een of meer specifieke artikelen (CZ, ES, FR, GR, LU, LV, NL, PL, SK en SE). In 5 van deze lidstaten (FR, LU, NL, SK en SE) staan wettelijke bepalingen toe dat een verblijfsvergunning wordt verleend op basis van persoonlijke en/of familiale banden aan onderdanen van derde landen die geen recht hebben op een verblijfsvergunning en die niet voldoen aan de voorwaarden voor gezinshereniging.
- Verschillende EMN-lidstaten en waarnemerslanden geven aan dat zij artikel 8 niet expliciet in hun nationale wetgeving hebben opgenomen, maar verwijzen naar nationale wettelijke bepalingen die impliciet naar dit artikel kunnen verwijzen en de uitvoering ervan mogelijk maken (BE, BG, EE, HR, LT, RS, SI). Sommige landen noemen de omzetting van Europese bepalingen in hun nationale wetgeving. De toekenning van een verblijfsvergunning aan een familielid in toepassing van de Europese richtlijn inzake gezinshereniging wordt door 4 landen genoemd (BE, HR, HU en SI).
- Verschillende lidstaten vermeldden diverse criteria die in aanmerking worden genomen bij de beoordeling van privé- en familiale banden, zoals: de duur en aard van de relatie, het belang van de betrokken kinderen, of het minderjarige kind van de vreemdeling schoolgaand is in het gastland, de duur van het verblijf in het gastland, de levensomstandigheden in het gastland, leeftijd, gezondheidstoestand, economische en/of sociale integratie in het gastland, eventuele werk- en studielinks en hun duur, en familiale en persoonlijke banden in het land van herkomst.
Voor meer informatie, lees de samenvatting van de ad hoc vraag in de bijlage en voor meer details de compilatie van antwoorden.