Ad Hoc Vraag over ruimtelijk ordeningsbeleid voor opvangcentra voor internationale bescherming

Deze ad hoc vraag onderzoekt of opvangcentra vallen onder de regelgeving inzake ruimtelijke ordening in de leden en waarnemende landen van het Europees Migratienetwerk (EMN), en of er uitzonderingen gelden tijdens periodes van aanzienlijke toename van verzoeken om internationale bescherming. Er wordt ook gekeken naar mogelijke uitzonderingen op bestemmingplannen, milieueffectbeoordelingen en de geldigheidsduur van bouw- en exploitatievergunningen. Tot slot wordt onderzocht of landen formele richtsnoeren of normen hanteren voor het oprichten van dergelijke centra, waaronder aspecten zoals kamergroottes of locatiekeuze.

Achtergrond:

Het Ierse opvangsysteem voor verzoekers om internationale bescherming is traditioneel vraaggestuurd geweest en bevond zich vaak nabij de capaciteitsgrens. Tijdens scherpe stijgingen van het aantal aanvragen, met name in de jaren negentig en in de periode 2022-2024, werden tijdelijke maatregelen ingevoerd om snel onderdak te bieden, waaronder vrijstellingen van de gebruikelijke planningsregels.

Ierland breidt nu de staatsgerelateerde accommodatie uit onder zijn Comprehensive Accommodation Strategy (Alomvattende Huisvestingsstrategie) en onderzoekt hoe centra kunnen worden ontwikkeld via de gebruikelijke regels voor stedenbouwkundige planning. Het land zoekt naar voorbeelden uit andere landen over hoe dergelijke centra binnen hun planningskaders worden gerealiseerd.

Respondenten:

22 EMN leden en waarnemende landen (waaronder BE) hebben een openbaar antwoord op deze ad hoc vraag verstrekt. 

Bevindingen:

Een voorlopige analyse van de resultaten van de ad hoc vraag toont het volgende: 

  • In de overgrote meerderheid van de responderende landen vallen opvangcentra voor internationale bescherming onder de algemene regelgeving inzake ruimtelijke ordening (zonder specifieke bepalingen) en gelden er geen uitzonderingen tijdens periodes van aanzienlijke toename van verzoeken om internationale bescherming. In DE vallen opvangcentra eveneens onder de algemene planningsregelgeving, maar hebben lokale autoriteiten verschillende flexibele opties: ze kunnen gebieden aanwijzen of aanpassen via lokale ontwikkelingsplannen, artikel 34(4) van de federale Bouwwet gebruiken om opvang te integreren zonder een nieuw formeel plan, en gebruikmaken van expliciete bepalingen in de Bouwwet (sinds 2014–2015) die de oprichting van noodopvang mogelijk maken als reactie op een hoge vraag. 
     
  • In de meeste responderende landen gelden geen uitzonderingen op de standaardbestemmingsregels voor opvangcentra voor verzoekers om internationale bescherming. Een beperkt aantal landen voorziet echter in specifieke afwijkingen. FR en DE hebben expliciete bepalingen in hun stedenbouwkundige wetgeving ingevoerd die vrijstellingen van ontwikkelingsplannen mogelijk maken of opvang toestaan in gebieden waar dit gebruik normaal gesproken niet zou zijn toegestaan, in sommige gevallen op tijdelijke basis. In AT geldt weliswaar geen algemene uitzondering bij een toename van aanvragen, maar bieden bepaalde provincies (bijv. Tirol) specifieke regelgevende flexibiliteit. In BE, waar de bevoegdheid voor ruimtelijke ordening bij de regio’s ligt, heeft elke regio eigen regels aangenomen die tijdelijke vrijstellingen van vergunningplichten mogelijk maken onder bepaalde voorwaarden. In CY kunnen uitzonderingen worden verleend bij besluit van de Ministerraad wanneer dit noodzakelijk is.
     
  • In de meeste responderende landen gelden geen uitzonderingen op de vereisten voor milieueffectbeoordelingen voor opvangcentra. Uitzonderingen worden alleen gerapporteerd in DE en in bepaalde Oostenrijkse provincies, waar specifieke tijdelijke of regionale bepalingen het mogelijk maken om milieuoverwegingen onder bepaalde voorwaarden te beperken.
     
  • De meeste responderende landen hebben geen formele, juridisch bindende bouwnormen die specifiek gelden voor het oprichten van opvangcentra. Sommige landen, zoals FR en HU, hebben echter formele regelgevende normen aangenomen waarin minimumeisen worden vastgelegd, waaronder kamergroottes en infrastructuurvoorwaarden. Andere landen vertrouwen op operationele of interne normen (bijv. BE en SE), nemen gedetailleerde technische eisen op in specificaties voor overheidsopdrachten (bijv. PL), of passen de richtsnoeren en normen van het EUAA toe (bijv. BG).

Voor meer details kunt u de hierboven vermelde samenvatting van antwoorden lezen. 

Publication Date:
za 21 feb 2026
Geografie:
Hoofdthema:
Publicatietype:
Opdrachtgever:
EMN
Trefwoorden: