Ad Hoc Vraag over het uitlezen van mobiele apparaten bij asielzoekers

Deze ad hoc vraag gaat over wetgeving en praktijken inzake het doorzoeken naar mobiele telefoons en andere apparaten bij asielzoekers. Het betreft een update van de ad hoc vraag van 2017 over mobiele apparaten en de GDISC query van 2023 over het uitlezen van mobiele gegevens.

Achtergrond:

Volgens het EU-acquis kan het onderzoek van voorwerpen die personen die internationale bescherming aanvragen bij zich dragen, worden uitgevoerd overeenkomstig het nationale recht. Artikel 13 van de Richtlijn asielprocedures (2013/32/EU) regelt het fouilleren van aanvragers en de voorwerpen die zij bij zich dragen. Daarnaast zullen bepaalde regels van het nieuwe migratie- en asielpact, die betrekking hebben op deze kwestie, tegen de zomer van 2026 in de lidstaten zijn geïmplementeerd.

In Finland is men begonnen met het opstellen van wetgeving voor het doorzoeken van elektronische apparaten als onderdeel van de asielprocedure, waarbij elektronische apparaten - met name mobiele telefoons - in het bezit van asielzoekers worden onderzocht. In deze context lanceerde EMN Finland deze ad hoc vraag om relevante wetgeving en praktijken van andere EMN-lidstaten in kaart te brengen.

Respondenten:

22 EMN Lidstaten (waaronder BE) geven een publiek antwoord op deze ad hoc vraag.

Bevindingen:

Een voorlopige analyse van de antwoorden toont o.a. aan dat:

  • In 9 EMN-lidstaten (BG, CZ, FI, FR, LT, LV, PL, SL, SE) het niet mogelijk is om mobiele apparaten uit te lezen die verzoekers om internationale bescherming bij zich dragen. In CY kan dit alleen in twee gevallen: een schriftelijke toestemming van de asielzoeker of een gerechtelijk huiszoekingsbevel. Ook in EE is toestemming vereist, maar EE overweegt in de toekomst wetswijzigingen door te voeren om het doorzoeken van zulke apparaten zonder toestemming van de betrokkene mogelijk te maken. In PT kunnen apparaten alleen worden doorzocht als er vermoedens zijn van een mogelijke bedreiging van de nationale veiligheid, georganiseerde misdaad of terrorisme. Ook in SK is doorzoeken alleen mogelijk bij vermoedens van criminele activiteiten. In BE kunnen de autoriteiten op grond van artikel 48/6, § 1, 4e lid, van de Vreemdelingenwet asielzoekers om essentiële informatie vragen als zij vermoeden dat de asielzoeker deze informatie achterhoudt. Weigering om mee te werken zonder geldige reden kan wijzen op niet-medewerking. Er is echter een Koninklijk Besluit nodig om de GDPR-aspecten zoals gegevensbewaring en gegevensbeveiliging te regelen. Aangezien dit besluit nog niet is uitgevaardigd, is er momenteel geen procedure voor het onderzoeken van mobiele telefoons en andere apparaten van asielzoekers.
  • Gevraagd naar de redenen om mobiele apparaten te doorzoeken in het kader van de asielprocedure, gaven de EMN-lidstaten de volgende: identificatie, documentatie, het vaststellen van de verantwoordelijke staat, de reisroute, het vaststellen van het land van herkomst, de situatie in het land van herkomst, en de bescherming van de nationale veiligheid en openbare orde.

Meer informatie vindt u in de compilatie van antwoorden in bijlage. 

Publication Date:
ma 19 aug 2024
Geografie:
Hoofdthema:
Publicatietype:
Opdrachtgever:
EMN
Trefwoorden: