Ad Hoc Vraag over het opnemen van afwezigheid van het grondgebied en een verlopen verblijfsvergunning in het langdurig verblijf

Deze ad hoc vraag heeft als doel vast te stellen welke verblijven kwalificeren als een ononderbroken verblijf volgens artikel 4, lid 3 van de Richtlijn Langdurig Verblijf en of een afwezigheid van een grondgebied zonder geldige verblijfsvergunning de continuïteit van het verblijf volgens deze richtlijn onderbreekt. Tevens onderzoekt het of EMN-lid- en waarnemerslanden langere periodes van afwezigheid accepteren dan die voorzien in de richtlijn.

 

Achtergrond:

Artikel 4, lid 3 van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad bepaalt dat periodes van afwezigheid van het grondgebied van de lidstaat de duur van het verblijf niet onderbreken en worden meegenomen in de berekening ervan, mits ze niet langer duren dan 6 opeenvolgende maanden en in totaal niet meer dan 10 maanden bedragen tijdens de 5 jaar. Verder staat het artikel lidstaten toe om een langere periode van afwezigheid niet als onderbreking van de verblijfsduur te beschouwen.

Slovenië onderzoekt de geschiktheid van de omzetting en de huidige uitvoering van deze bepaling en is geïnteresseerd in de uitvoering en praktijken van de EMN-lid- en waarnemerslanden.

Respondenten:

22 EMN-lid- en waarnemerslanden (inclusief BE) hebben een antwoord gegeven op deze ad hoc vraag.

Bevindingen:

Een voorlopige analyse van de resultaten van de ad hoc vraag toont aan dat:

  • Van de 22 respondenten beschouwen 16 EMN-lidstaten (inclusief BE) het artikel niet van toepassing op situaties waarin de derdelander tijdens zijn afwezigheid geen wettelijke verblijfsvergunning heeft in het land. Als de derde-lander het grondgebied heeft verlaten en de verblijfsvergunning tijdens deze periode is verlopen, was er geen legaal verblijf. Deze periode wordt dan ook niet meegerekend in het wettige en ononderbroken verblijf van vijf jaar.
     
  • 6 EMN-lid- en waarnemerslanden (BG, FR, LV, PL, RS, SI) passen het artikel nog steeds toe in situaties waarin de derdelander tijdens zijn afwezigheid geen wettelijke verblijfsvergunning in het land heeft. De meeste landen stellen geen aanvullende voorwaarden om dit type afwezigheid op te nemen. Alleen LV legt een aanvullende voorwaarde op: de tijd tussen vergunningen mag niet langer dan 3 maanden zijn. PL bepaalt specifieke situaties (waaronder professionele verplichtingen, bijzondere persoonlijke situaties, stages of lessen) waarin een buitenlander zijn/haar verblijf kan onderbreken, ongeacht of hij/zij tijdens deze periode een verblijfsvergunning heeft.
     
  • 9 respondenten (CZ, DE, EE, ES, FI, LT, LU, LV, RS) accepteren langere periodes van afwezigheid. Voor de meeste van deze landen worden de afwijkingen van de limiet van 6 opeenvolgende maanden gerechtvaardigd door ernstige redenen zoals zwangerschap of ziekte, of om professionele of studie redenen. EE en RS passen geen uitputtende lijst toe.

Voor verdere details kunt u de compilatie van antwoorden hierboven lezen.

Publication Date:
za 27 apr 2024
Geografie:
Hoofdthema:
Publicatietype:
Opdrachtgever:
EMN
Trefwoorden: