Ad Hoc Vraag over het Europees reisdocument voor de terugkeer van irregulier verblijvende derdelanders
Deze ad hoc vraag brengt de wetgeving en huidige praktijken in de EU-lidstaten in kaart met betrekking tot het gebruik van het Europees reisdocument voor de terugkeer van irregulier verblijvende derdelanders (TCN’s). De bevraging geeft een overzicht van de mate waarin het document in de praktijk wordt gebruikt, welke derde landen het aanvaarden, of er operationele procedures bestaan en in welke mate het document wordt erkend voor transit.
Achtergrond:
Op 26 oktober 2016 nam de EU Verordening (EU) 2016/1953 aan, waarmee een uniform en beveiligd Europees reisdocument werd ingevoerd ter ondersteuning van de lidstaten in terugkeerprocedures voor irregulier verblijvende derdelanders. De verordening bepaalt de technische specificaties van het document, terwijl de lidstaten zelf verantwoordelijk zijn voor het aanwijzen van de bevoegde autoriteiten en het vaststellen van nationale procedures. Italië nam het instrument vervolgens op in zijn nationale regelgeving, waarbij de Questore (provinciale politiechef) werd aangewezen als bevoegde autoriteit en het officiële model werd goedgekeurd via een interministerieel besluit. Operationeel kan het document worden gebruikt in het kader van verschillende EU-terug- en overnameakkoorden en technische regelingen, onder meer met Albanië, Armenië, Azerbeidzjan, Noord-Macedonië, Moldavië, Montenegro, Servië, Sri Lanka, Oekraïne en andere landen.
In dit kader vroeg EMN NCP Italië om geactualiseerde informatie over het gebruik van het Europees reisdocument, als aanvulling op eerder verzamelde gegevens in 2022.
Respondenten:
17 EMN-leden leverden een publiek beschikbaar antwoord op deze ad hoc vraag.
Bevindingen:
Een eerste analyse van de resultaten toont het volgende:
- Het gebruik van het Europees reisdocument blijft beperkt, ook al bestaat de wettelijke mogelijkheid om het in de meeste lidstaten af te geven. Slechts enkele landen gebruiken het regelmatig. DE past het consequent toe voor terugkeer naar diverse West-Balkanlanden (Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo, Noord-Macedonië, Montenegro en Servië) én naar Moldavië. LU gebruikt het document bij overnames naar Albanië en Kosovo. NL geeft het af voor terugkeer naar Tanzania. ES zet het af en toe in voor terugkeer naar Brazilië, de Dominicaanse Republiek en Argentinië. BG, CZ, LV en SK melden slechts enkele uitzonderlijke gevallen, meestal wanneer de betrokken persoon reeds gedeeltelijke documentatie had of wanneer specifieke omstandigheden de aanvaarding door het derde land waarschijnlijk maakten.
- Andere lidstaten geven aan dat zij het document wel kunnen afgeven, maar het in de praktijk nooit gebruiken. Dit geldt onder meer voor CY, EE, LT en PL. In deze landen verlopen terugkeerprocedures doorgaans via noodreisdocumenten die worden afgegeven door het land van herkomst, hetzij via overnameakkoorden, hetzij via diplomatieke kanalen. IT heeft recent de eerste documenten gedrukt, maar gebruik is nog niet gemeld.
- Uitgewerkte procedures bestaan slechts in enkele landen. LU werkt binnen de kaders van bestaande overnameakkoorden. DE vereist identiteitsvaststelling voordat het document wordt afgegeven. In NL verschillen de procedures per land van bestemming, luchtvaartmaatschappij en individuele situatie; het document fungeert daar soms als een veiligheidsgarantie voor luchtvaartmaatschappijen wanneer een persoon mogelijk niet wordt toegelaten. In de meeste andere landen wordt het document slechts ad hoc gebruikt en zonder een specifiek nationaal procedureel kader.
- Sommige lidstaten melden dat derde landen het document aanvaarden zonder formele regelingen. ES noteert aanvaarding door Brazilië, de Dominicaanse Republiek en Argentinië, ondanks het ontbreken van bilaterale of EU-akkoorden. BG verwijst naar eerdere gevallen waarbij het document, in combinatie met een verlopen paspoort, werd aanvaard door Tunesië en de Republiek Congo. CZ meldt uitzonderlijke gevallen met Venezuela en Montenegro, telkens onder zeer specifieke omstandigheden.
- Aanvaarding voor transit is bijzonder beperkt. LV rapporteert één geval waarbij transit via Turkije mogelijk was voor een kind dat terugkeerde naar Azerbeidzjan. BG geeft aan dat transit mogelijk is, maar uitsluitend met expliciete goedkeuring van het land van herkomst. ES gebruikt het document niet wanneer een reis een transit omvat. Andere landen - waaronder CZ, LT, NL, PT en SK -melden geen ervaring of geen reguliere aanvaarding bij transit. PL noteert enkel beperkt ad-hoc gebruik van het document, als aanvullend document bij terugkeer via Turkije of Oezbekistan.
- In het algemeen blijft de praktische toepassing van het Europees reisdocument eerder bescheiden. Redenen hiervoor zijn onder meer de beperkte bereidheid van derde landen om het document te aanvaarden, de voorkeur van vele landen voor documenten die rechtstreeks door het land van herkomst worden afgegeven, de terughoudendheid van luchtvaartmaatschappijen uit vrees voor boetes bij niet-toelating, en andere operationele uitdagingen. Waar het document wel wordt gebruikt, gaat het doorgaans om een beperkte groep samenwerkende landen en wordt het bijna altijd ingezet na grondige beoordeling van de individuele casus.
Voor meer details kunt u de compilatie van antwoorden hierboven raadplegen.