Ad Hoc Vraag over gezondheidszorg voor aanvragers van internationale bescherming
Deze ad hoc vraag onderzoekt hoe de gezondheidszorg voor aanvragers van internationale bescherming georganiseerd is in EMN-leden en waarnemende landen. Er wordt onderzocht welke autoriteiten verantwoordelijk zijn voor het verlenen van gezondheidszorg, wie de kosten draagt en op welke medische zorg volwassen aanvragers recht hebben. Er wordt ook onderzocht hoe aanvragers toegang krijgen tot medische behandeling, of opvangcentra medisch personeel in dienst hebben, en hoe de gezondheidszorg wordt beheerd tijdens een massale instroom van migranten.
Achtergrond:
De verstrekking van gezondheidszorg aan aanvragers van internationale bescherming in Finland bevat een aantal onduidelijkheden. Voor bepaalde gezondheidsdiensten is het bijvoorbeeld onduidelijk of ze door het opvangcentrum of door het openbare gezondheidszorgstelsel moeten worden georganiseerd. Bovendien blijven bepaalde aspecten van de wetgeving onduidelijk, wat de werking van het gezondheidszorgsysteem kan bemoeilijken.
Daarom onderzoekt Finland hoe de organisatie van de gezondheidszorg voor aanvragers van internationale bescherming kan worden verbeterd. Een belangrijke vraag is of een volledige reorganisatie van deze diensten moet worden overwogen om de levering ervan te stroomlijnen en te optimaliseren. Daarom was Finland geïnteresseerd in informatie over hoe de gezondheidszorg voor personen die internationale bescherming vragen in andere Europese landen georganiseerd is.
Respondenten:
26 EMN-leden (EU-lidstaten, Denemarken uitgezonderd) en waarnemende landen, waaronder BE, gaven een openbaar antwoord op deze ad hoc vraag.
Bevindingen:
Een eerste analyse van de antwoorden toont o.a. het volgende aan:
- In ongeveer de helft van de responderende landen worden de gezondheidsdiensten voor aanvragers van internationale bescherming georganiseerd door de asielautoriteiten (bv. HU) of de opvangautoriteit (bv. NL), terwijl ze in de andere helft van de landen onder het openbare gezondheidszorgstelsel vallen (bv. PT). Dit onderscheid is echter niet altijd duidelijk, aangezien het kan afhangen van factoren zoals de categorie van aanvragers (bv. nieuw aangekomenen vs. mensen die al enkele maanden in het land verblijven), het type accommodatie waarin ze verblijven (bv. collectief vs. individueel, of noodgeval vs. permanent), het type gezondheidszorg dat nodig is (bv. primaire vs. secundaire gezondheidszorg), en de betrokken regio (in gedecentraliseerde landen waar verantwoordelijkheden gedelegeerd zijn aan regio's of deelstaten).
- Meer dan de helft van de landen heeft medisch personeel in opvangcentra - soms alleen een verpleegkundige (bv. CZ), soms ook artsen (bv. CY), en in sommige gevallen niet permanent en niet in alle centra (bv. FR). In sommige landen is het zorgpersoneel in dienst van een dienstverlener (bv. EL). Voor verdere of gespecialiseerde diensten worden aanvragers door de gezondheidsdienst doorverwezen naar externe medische faciliteiten. In sommige landen werken opvangcentra samen met een specifiek ziekenhuis of gezondheidscentrum (bijv. BE). Ondersteuning door internationale organisaties is ook mogelijk: in HR maakt het personeel van de opvangcentra geen deel uit van het gezondheidspersoneel, maar is 'Médecins du Monde' actief in de opvangcentra.
- Over het algemeen draagt de overheid de kosten van de gezondheidszorg voor aanvragers van internationale bescherming. Het is echter mogelijk dat aanvragers een deel van de medische kosten zelf moeten betalen, zoals in IT. Sommige landen hanteren ook een inkomenslimiet voor door de staat gedekte kosten (bv. IE).
- De gezondheidszorg voor volwassen aanvragers van internationale bescherming verschilt aanzienlijk van land tot land. Sommige landen bieden uitgebreide gezondheidszorg, waaronder primaire, secundaire en gespecialiseerde zorg, met weinig beperkingen. Andere richten zich vooral op dringende medische hulp, waaronder specifieke diensten voor geestelijke gezondheid en moederschap. In sommige landen stijgt de toegang tot medische verzorging na een bepaalde periode. In LU bijvoorbeeld krijgen aanvragers aanvankelijk gedurende de eerste drie maanden enkel dringende en essentiële zorg, nadien krijgen ze toegang tot gezondheidszorg die gelijkwaardig is aan die van Luxemburgse ingezetenen.
- Met betrekking tot de organisatie van de gezondheidszorg tijdens een massale toestroom van migranten uiten verschillende landen hun bezorgdheid en geven ze aan dat ze voor problemen zouden komen te staan, omdat ze niet over een specifiek noodplan beschikken. Andere landen geven aan dat de gezondheidszorg beperkt zou blijven tot dringende medische hulp (bijv. FI). Enkele landen hebben een specifiek noodplan voor massale migratiestromen, dat onder meer voorziet in extra personeel van het ministerie van volksgezondheid om de crisis het hoofd te bieden (bv. CY).
Zie voor meer informatie de bijgevoegde compilatie van antwoorden.