Ad Hoc Vraag over de overdracht van de Iraakse nationaliteit aan een in het buitenland geboren kind

Deze ad hoc vraag onderzoekt ervaringen en praktijken in EMN-leden waarnemende landen bij gevallen waarin kinderen op hun grondgebied worden geboren uit een Iraakse moeder, en brengt de bestaande bepalingen in kaart die erop gericht zijn te voorkomen dat deze kinderen staatloos worden indien de Iraakse nationaliteit niet kan worden doorgegeven.

Achtergrond:

De Finse nationaliteitswet kan in bepaalde gevallen het ius soli-beginsel toepassen wanneer de nationaliteit van de ouder niet kan worden doorgegeven aan het kind of onbekend is. Een kind verwerft bij geboorte de Finse nationaliteit indien het in Finland wordt geboren en bij geboorte geen nationaliteit van een andere staat verkrijgt, en evenmin een afgeleid recht heeft om de nationaliteit van een andere staat te verkrijgen. Overeenkomstig de Finse Nationaliteitswet (359/2003) bepaalt de Finse Immigratiedienst de nationaliteitsstatus van een in Finland geboren kind uit buitenlandse ouders, teneinde te waarborgen dat het kind na de geboorte niet staatloos blijft.

Recent heeft de Finse Immigratiedienst gevallen gemeld waarbij de voorwaarden waaronder de Iraakse nationaliteit aan kinderen wordt doorgegeven op grond van de huidige Iraakse wetgeving onduidelijk zijn. In dit kader heeft de Nationaliteitsafdeling van de Finse Immigratiedienst deze ad hoc vraag gelanceerd om informatie in te winnen bij andere EMN-leden en waarnemende landen over hun aanpak in gevallen waarin de overdracht van de nationaliteit van een Iraakse moeder aan een kind onzeker is.

Respondenten:

20 EMN-leden en waarnemende landen hebben een openbaar antwoord op deze ad hoc vraag verstrekt.

Bevindingen:

Een voorlopige analyse van de resultaten van de ad hoc vraag toont aan dat:

  • De vraag of een kind dat op hun grondgebied wordt geboren uit een Iraakse moeder automatisch de Iraakse nationaliteit verwerft, wordt bepaald door de Iraakse wetgeving en niet door de wetgeving van het land van geboorte. De autoriteiten van de reagerende landen houden derhalve rekening met de toepasselijke wetgeving en de overgelegde documenten bij de vaststelling of een kind dat uit buitenlandse ouders is geboren hun nationaliteit verkrijgt.
     
  • De meeste landen beschikken over bepalingen om te voorkomen dat kinderen die op hun grondgebied worden geboren staatloos worden, zelfs wanneer zij het ius sanguinis-beginsel toepassen. Dit is bijvoorbeeld het geval in BE, waar artikel 10 van het Belgisch Wetboek Nationaliteit bepaalt dat een kind dat in BE wordt geboren en geen andere nationaliteit bezit, de Belgische nationaliteit verwerft.
     
  • De meeste landen geven aan dat zij niet (of slechts zeer zelden) zijn geconfronteerd met gevallen zoals beschreven door FI. Bijgevolg leveren de antwoorden op deze ad hoc vraag slechts beperkte bruikbare ervaring op.

Voor verdere details wordt verwezen naar de hierboven bijgevoegde compilatie van antwoorden.

Publication Date:
za 24 jan 2026
Geografie:
Hoofdthema:
Publicatietype:
Opdrachtgever:
EMN
Trefwoorden: