Ad Hoc Vraag over de financiële bijdrage van personen die internationale bescherming genieten
Deze ad hoc vraag heeft als doel een beter inzicht te krijgen in de aanpak van EMN Lidstaten en Waarnemende Landen met betrekking tot de huisvesting van personen die een status hebben gekregen (internationale bescherming of humanitaire toelating) en de vereisten voor financiële bijdragen voor diegenen met deze statussen.
Achtergrond:
Als gevolg van een aanzienlijke toename van het aantal verzoeken om internationale bescherming in 2022-2023 en aanzienlijke problemen met het aanbod op de Ierse huisvestingsmarkt, kunnen personen die een internationale beschermingsstatus of een humanitaire verblijfsvergunning hebben verkregen, problemen ondervinden bij het zelfstandig vinden van een woning. Als gevolg daarvan blijft een groot aantal personen in opvangcentra.
De International Protection Accommodation Service in Ierland wil een beter inzicht krijgen in de manier waarop andere EMN-landen omgaan met de huisvesting van personen met een status (internationale bescherming of humanitaire toestemming) en met de vereisten voor financiële bijdragen voor personen met deze statussen.
Respondenten:
23 lidstaten en waarnemende landen van het EMN (inclusief BE) gaven een openbaar antwoord op deze ad hoc vraag.
Bevindingen:
Uit een voorlopige analyse van de resultaten van de ad hoc vraag blijkt dat:
- Op één land na alle landen onderdak blijven bieden aan personen die een internationale beschermingsstatus of een humanitaire verblijfsvergunning hebben verkregen, variërend van twee weken tot zes maanden en in sommige landen verlengbaar voor kwetsbare personen of personen die nog geen huisvestingsoplossing hebben.
- In CZ en SI wordt huisvesting tot 18 maanden aangeboden in zogenaamde “integratiewoningen”. In IE is er geen specifieke tijdslimiet en kunnen mensen met een status na minstens 12 maanden voor alleenstaanden en 24 maanden voor gezinnen van opvangcentra naar noodopvang worden overgebracht.
- Alleen in SK wordt een symbolische bijdrage van € 1 gevraagd van elke persoon die een internationale beschermingsstatus of humanitaire toestemming heeft verkregen om in het opvangcentrum te blijven. De andere landen die een financiële bijdrage vragen van verzoekers om internationale bescherming met financiële middelen (zie Ad Hoc Vraag m.b.t. financiële bijdrage van verzoekers om internationale bescherming), voegen geen vergoeding toe, maar blijven de financiële bijdragen vragen tijdens de periode dat statushouders in opvangvoorzieningen mogen verblijven.
Lees voor meer informatie de antwoorden in de bijlage.