Ad Hoc Vraag over de duur van een tijdelijke verblijfsvergunning voor bezoekers

Deze ad hoc vraag heeft tot doel de bestaande beleidskaders in kaart te brengen binnen de EMN-leden en waarnemende landen met betrekking tot de afgifte van tijdelijke verblijfsvergunningen aan onderdanen van derde landen die in het verblijfsland verblijven op basis van eigen financiële middelen uit het buitenland en geen recht hebben om enige economische activiteit uit te oefenen.

Achtergrond:

De Cypriotische nationale migratiewetgeving (artikel 14 van de Aliens and Immigration Regulations) voorziet in de mogelijkheid tot afgifte van zogenaamde “visitor’s permits” aan onderdanen van derde landen met als doel: (a) binnenkomst in Cyprus voor korte of lange vakanties, (b) toeristische doeleinden, of (c) het onderzoeken van de mogelijkheid om zich in Cyprus te vestigen. Houders van een bezoekersvergunning zijn niet gerechtigd om economische activiteiten uit te oefenen in Cyprus en dienen aan te tonen dat zij over voldoende middelen van bestaan beschikken om tijdens hun verblijf een passende levensstandaard te kunnen waarborgen. Bezoekersvergunningen worden verleend voor een initiële periode van één jaar en kunnen telkens met één jaar worden verlengd, op voorwaarde dat blijvend wordt voldaan aan de toepasselijke toelatingsvoorwaarden.

Het Cypriotische Nationaal Contactpunt (NCP) van het EMN lanceerde deze ad hoc vraag met als doel inzicht te verkrijgen in de beleidsmaatregelen die in andere EMN-leden en waarnemende landen van toepassing zijn op tijdelijke verblijfsvergunningen voor aanvragers die aangewezen zijn op eigen financiële middelen uit het buitenland en geen recht hebben op toegang tot de arbeidsmarkt van het verblijfsland.

Respondenten:

In totaal hebben 23 EMN-leden en waarnemende landen een openbaar antwoord verstrekt op deze ad hoc vraag.

Bevindingen:

Een voorlopige analyse van de ontvangen antwoorden wijst op het volgende:

  • Van de 23 responderende landen geven 12 landen (AT, HR, CY, FR, DE, EL, IT, LU, PL, SI, ES, SE) aan dat zij beschikken over een specifieke tijdelijke verblijfsvergunning voor onderdanen van derde landen die verblijven op basis van eigen financiële middelen uit het buitenland, zonder recht op het uitoefenen van economische activiteiten in het verblijfsland. In BE bestaat een dergelijke specifieke verblijfsvergunning niet. Hoewel vestiging in België mogelijk is zonder het uitoefenen van een winstgevende activiteit, dient de aanvrager sterke banden met België aan te tonen, hetgeen onderworpen is aan de beoordeling door de Dienst Vreemdelingenzaken.
     
  • De aard van de verleende vergunningen en de voorwaarden voor toegang verschillen aanzienlijk tussen de landen. Naast het aantonen van voldoende middelen van bestaan kunnen aanvullende vereisten gelden, zoals quota (AT), het aantonen van een specifiek verblijfsdoel, bijvoorbeeld medische redenen of het volgen van taalonderwijs (HR, SI), of het aantonen van passende huisvesting, waaronder het bezit van onroerend goed (AT, IT, LU).
     
  • De initiële geldigheidsduur van tijdelijke verblijfsvergunningen bedraagt in de meeste landen één jaar (AT, HR, CY, FR, IT, LU, SI, ES). In SE bedraagt de geldigheidsduur zes maanden en in EL drie jaar. In DE wordt de geldigheidsduur vastgesteld naar het oordeel van de bevoegde autoriteiten. AT is het enige land dat rapporteert een systeem toe te passen waarbij de geldigheidsduur geleidelijk toeneemt naargelang het aantal jaren van rechtmatig verblijf, tot een maximum van drie jaar.

Voor meer details, raadpleeg de bijgevoegde compilatie van antwoorden. 

Publication Date:
za 20 dec 2025
Geografie:
Hoofdthema:
Publicatietype:
Opdrachtgever:
EMN
Trefwoorden: