Ad Hoc Vraag over de betrokkenheid van nieuw aangekomen derdelanders bij de gastmaatschappij in relatie tot hun integratie
Deze ad hoc vraag onderzoekt de gerichte maatregelen die zijn ingevoerd om de betrokkenheid van nieuwaangekomen derdelanders (TCN’s) bij de gastmaatschappij te vergroten, met name de domeinen die deze maatregelen bestrijken, het niveau waarop ze plaatsvinden, of TCN’s die al meer permanent gevestigd zijn kunnen deelnemen, en of onderdanen vrijwillig kunnen helpen bij de uitvoering ervan. Ook wordt nagegaan of deze maatregelen verplicht zijn voor TCN’s om hun integratietraject te valideren en wat de gevolgen zijn bij niet-naleving, met name met betrekking tot het verblijfsrecht.
Achtergrond:
De ad hoc vraag werd gelanceerd in het kader van de vierde editie van de Integratieweek, georganiseerd door de Algemene Directie voor Buitenlandse Onderdanen in Frankrijk. Het doel was om een multidisciplinaire rondetafel tijdens het nationale seminar te informeren door een vergelijkend overzicht te bieden van maatregelen die door EMN-leden en waarnemerslanden zijn ingevoerd om de betrokkenheid van nieuwaangekomen derdelanders bij gastmaatschappijen te bevorderen als onderdeel van hun integratie. De focus ligt op derdelanders die legaal verblijven, inclusief begunstigden van internationale bescherming.
Respondenten:
23 EMN-leden (inclusief BE) hebben een openbaar antwoord gegeven op deze ad hoc vraag.
Bevindingen:
Een voorlopige analyse van de resultaten van de ad hoc vraag toont aan dat:
- Van de 23 responderende landen hebben de meeste gerichte maatregelen ingevoerd om de betrokkenheid van nieuwaangekomen TCN’s te vergroten als onderdeel van hun integratiebeleid. De maatregelen zijn divers en worden uitgevoerd door verschillende actoren (staat en lokaal niveau, maatschappelijk middenveld, enz.). In BE zijn verschillende activiteiten beschikbaar, waarvan het belangrijkste het inburgeringsprogramma is. Sommige landen meldden echter dat zij geen uitgebreid integratiebeleid hebben of gaven aan dat dit nog in ontwikkeling is (bijvoorbeeld HR).
- In de meeste gevallen is deelname aan dergelijke activiteiten niet verplicht. In enkele landen waar het wel verplicht is (bijvoorbeeld BE met het participatieprogramma van het inburgeringsprogramma in de Vlaamse Gemeenschap), zijn er geen gevolgen voor het verblijfsrecht, hoewel administratieve boetes kunnen worden opgelegd. In FI kan de uitvoering van het integratieplan een voorwaarde zijn voor toegang tot uitkeringen en diensten die beschikbaar zijn voor TCN’s.
- Over het algemeen zijn deze maatregelen beschikbaar voor alle derdelanders, maar ze kunnen zich richten op een specifieke groep (bijv. begunstigden van internationale bescherming). Sommige landen geven aan dat de maatregelen alleen toegankelijk zijn voor nieuwaangekomen migranten (bijvoorbeeld LI).
- In verschillende landen zijn specifieke organen opgericht om deze maatregelen uit te voeren, bijvoorbeeld de Migranten- en Vluchtelingenintegratieraden in EL. Dit zijn lokale adviesorganen binnen gemeenten, samengesteld onder andere uit vertegenwoordigers van erkende migranten- en vluchtelingenorganisaties. Ze fungeren als platform voor participatie, vertegenwoordiging en het uiten van standpunten van immigranten en vluchtelingen op lokaal niveau.
- In de meeste responderende landen kunnen onderdanen vrijwillig deelnemen aan de uitvoering van deze acties, voornamelijk via maatschappelijke organisaties. In BE kunnen onderdanen optreden als buddy of mentor voor nieuwaangekomen TCN’s. In EE is de inzet van vrijwilligers in integratieactiviteiten een van de doelstellingen van het nationale samenwerkingsprogramma dat wordt uitgevoerd in samenwerking met Zwitserland, en dat tot doel heeft een toegewijde pool van vrijwilligers op te bouwen.
Voor meer details, lees de compilatie van antwoorden in de bijlage hierboven.