Ad Hoc Query over prikkels voor deelname aan programma's voor inburgering

Deze ad hoc query brengt het gebruik van positieve en negatieve prikkels in kaart om de deelname van begunstigden van internationale bescherming aan programma's voor inburgering in te bevorderen.

Achtergrond:

Het Nederlandse Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderzoekt momenteel positieve en negatieve prikkels om ervoor te zorgen dat begunstigden van internationale en subsidiaire bescherming deelnemen aan programma's voor inburgering en de verplichte examens binnen deze programma's afleggen. De huidige Nederlandse Wet inburgering biedt verschillende mogelijkheden om boetes op te leggen aan derdelanders die de verplichte onderdelen van het inburgeringstraject niet bijwonen. Een recent oordeel van de Raad van State waarschuwde echter dat het niet behalen van het inburgeringsexamen op tijd niet systematisch met een boete bestraft mag worden als het gaat om begunstigden van internationale bescherming.

Om tot dit oordeel te komen, heeft de Raad van State voorlopige vragen voorgelegd aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) voor een prejudiciële beslissing (Zaak C‑158/23). In zijn uitspraak stelde het HvJ-EU dat de Kwalificatierichtlijn (2011/95/EU) lidstaten toestaat te vereisen dat begunstigden van internationale bescherming deelnemen aan programma's voor inburgering en examens afleggen. Echter, boetes mogen alleen in uitzonderlijke gevallen worden opgelegd, zoals in het geval van een bewezen en aanhoudend gebrek aan bereidheid om zich te integreren. De informatie uit deze query zal worden gebruikt om de Nederlandse Minister voor Participatie en Integratie te informeren als onderdeel van een wetsvoorstel voor de Wet inburgering, zodat deze in overeenstemming is met het EU-recht.

Respondenten:

25 EMN leden en waarnemende landen (waaronder BE) hebben een openbaar antwoord gegeven op deze ad hoc query.

Bevindingen:

Een voorlopige analyse van de resultaten van de ad hoc query toont aan dat:

  • Van de 24 responderende landen, melden 23 dat zij programma's voor inburgering en/of inburgeringsexamens hebben, hetzij vrijwillig, hetzij verplicht, voor begunstigden van internationale bescherming. In BE is deelname aan programma's voor inburgering verplicht voor volwassen begunstigden van internationale bescherming in alle vier de federale entiteiten (de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap). Er gelden verschillende vereisten en vrijstellingen per regio.
     
  • Tien landen die dergelijke programma's voor inburgering hebben, melden positieve prikkels te gebruiken om begunstigden van internationale bescherming te stimuleren deel te nemen. Voorbeelden van positieve prikkels zijn: kinderopvang voor deelnemers (EE), het delen van positieve ervaringen van eerdere deelnemers (EE), terugbetaling van de kosten die verbonden zijn aan de cursus (DE, EL, SI), verlenging van de periode van het integratieplan (FI), toegang tot bepaalde processen (bijv. het aanvragen van burgerschap, toegang tot de arbeidsmarkt, enz.) (BE, FR, DE, LU, MA, NL, ES), en voortdurende ondersteuning door de gemeente, inclusief financiële steun (NL).
     
  • Zeven landen die dergelijke programma's voor inburgering hebben, melden negatieve prikkels te gebruiken om deelname van begunstigden van internationale bescherming aan dergelijke activiteiten te waarborgen. Voorbeelden van negatieve prikkels zijn: vermindering van sociale uitkeringen (AT, FI, LT, PO, ES), het opleggen van boetes voor lage of geen aanwezigheid (BE, DE), de verplichting om de kosten van de cursus terug te betalen (HR), gevolgen voor de beslissing om een verblijfsvergunning te verlenen (EE), en verlies van werkloosheidsuitkeringen (FI).

Voor verdere details kunt u de bijgevoegde compilatie van antwoorden lezen.

Publication Date:
za 27 sep 2025
Geografie:
Hoofdthema:
Publicatietype:
Opdrachtgever:
EMN
Trefwoorden: