Secundaire bewegingen van personen die internationale bescherming genieten (EMN Inform)
Hoe regelen EU lidstaten de mobiliteit en het verblijf van personen die reeds in een andere lidstaat de internationale beschermingsstatus hebben gekregen? Wat zijn de toepasselijke regels voor de overdracht van verantwoordelijkheid voor een persoon die internationale bescherming geniet?
Download publication
Deze studie onderzoekt hoe lidstaten de overdracht van de verantwoordelijkheid regelen, voor personen die internationale bescherming genieten, van de eerste staat (die oorspronkelijk internationale bescherming verleende) naar de tweede staat (waar de persoon die internationale bescherming geniet (wil) verhuizen). Daarnaast bekijkt het ook de situatie waarin personen die internationale bescherming genieten, die al zijn erkend in een eerste staat, een verzoek om internationale bescherming indienen in een tweede staat.
De studie focust op personen met een vluchtelingenstatus of een status van subsidiaire bescherming die legaal in een tweede staat verblijven omdat ze een geldige verblijfsvergunning hebben gekregen, of bezig zijn met het verkrijgen van een geldige verblijfsvergunning, of een nieuw verzoek om internationale bescherming hebben ingediend.
Binnen het huidige EU- en internationale rechtskader bestaan er verschillende opties voor personen die internationale bescherming genieten om in een andere lidstaat te reizen en te verblijven. Het EU-recht regelt echter niet de overdracht van verantwoordelijkheid voor personen die internationale bescherming genieten. Op nationaal niveau passen de lidstaten verschillende rechtsgrondslagen toe, waaronder (i) de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid voor vluchtelingen (EATRR), (ii) nationale wetgeving en/of (iii) bilaterale overeenkomsten, voor de overdracht van verantwoordelijkheid van begunstigden van internationale bescherming.
De belangrijkste uitdaging waarmee lidstaten worden geconfronteerd in verband met secundaire bewegingen is het ontbreken van een uniforme rechtsgrondslag. De versnippering van het wettelijke en beleidskader kan negatieve gevolgen hebben voor aanvragers, aangezien er op nationaal niveau verschillende regels en praktijken gelden.