Mensenhandel - de internationale dimensie
In deze EMN-studie wordt onderzocht hoe 25 landen omgaan met de internationale dimensie van mensenhandel, waaronder preventie, wetshandhaving, slachtofferhulp en internationale partnerschappen. De studie geeft een overzicht van nationale benaderingen, goede praktijken en hardnekkige uitdagingen, zowel binnen EMN-landen als in samenwerking met derde landen. Lezers vinden voorbeelden van institutionele samenwerking, inspanningen op het gebied van capaciteitsopbouw en initiatieven die gericht zijn op specifieke regio's of groepen. De studie belicht ook hoe recente beleidsontwikkelingen in de EU van invloed zijn op nationale strategieën ter bestrijding van mensenhandel.
Download publication
De internationale dimensie van mensenhandel heeft de afgelopen jaren op EU-niveau steeds meer aandacht gekregen. In de EU-strategie voor de bestrijding van mensenhandel 2021-2025 wordt erkend dat mensenhandel een mondiale en grensoverschrijdende misdaad is, waarbij veel slachtoffers afkomstig zijn uit niet-EU-landen (met name Afrika, de Westelijke Balkan en Azië) en dat mensenhandel vaak verband houdt met gemengde migratiestromen en migrantensmokkel. De strategie is er dan ook op gericht de internationale samenwerking te versterken en ervoor te zorgen dat het externe optreden van de EU volledig in overeenstemming is met haar prioriteiten op het gebied van de bestrijding van mensenhandel.
Deze studie, die specifiek kijkt naar beleid en maatregelen die zijn genomen om deze internationale dimensie van mensenhandel aan te pakken, toont onder andere het volgende aan:
- De 25 leden en waarnemende landen van het EMN die hebben meegewerkt aan deze studie, hebben een reeks beleidsmaatregelen genomen om de internationale dimensie van mensenhandel aan te pakken. Prioritaire thema's zijn onder meer preventie, slachtofferbescherming, coördinatie van wetshandhaving en vervolging van daders.
- De meeste landen hebben de internationale dimensie aangepakt als onderdeel van bredere strategieën ter bestrijding van mensenhandel, waarbij beleid op het gebied van migratie, asiel, grensbeheer en georganiseerde misdaad met elkaar zijn verweven. Hoewel geen enkel land een specifiek beleid heeft dat uitsluitend gericht is op de internationale dimensie van mensenhandel, hebben veel landen maatregelen tegen mensenhandel geïntegreerd in bestaande nationale strategieën.
- De meeste EMN-leden hebben maatregelen gefinancierd of uitgevoerd om mensenhandel in derde landen (landen van herkomst en transit) aan te pakken. De doelregio's zijn onder meer de Sahel, de Hoorn van Afrika, Noord-Afrika, Oost-Europa en de Westelijke Balkan. De maatregelen zijn gericht op een breed scala aan actoren, waaronder slachtoffers (de belangrijkste doelgroep), eerstelijnsactoren, lokale gemeenschappen en nationale autoriteiten van derde landen, en worden vaak uitgevoerd in samenwerking met internationale organisaties (voornamelijk IOM).
- De meeste van de 25 EMN leden en waarnemende landen die meewerkten aan de studie, hebben verschillende maatregelen genomen die specifiek gericht zijn op mensenhandel op hun eigen grondgebied. De meeste van deze maatregelen zijn gericht op onderdanen van derde landen in het algemeen (bijvoorbeeld vluchtelingen, asielzoekers, migranten op doorreis, seizoenarbeiders, enz) en niet zozeer op specifieke nationaliteiten.
- In derde landen houden de belangrijkste uitdagingen op het gebied van de preventie van mensenhandel verband met culturele verschillen, grensoverschrijdende samenwerking en bewustmaking van kwetsbare groepen. Wat wetshandhaving en justitiële maatregelen betreft, gingen de meeste uitdagingen over verschillen in wetgeving of moeilijkheden bij de samenwerking en communicatie met de bevoegde autoriteiten. Wat de identificatie en bescherming van slachtoffers betreft, worden de beperkte opleiding van beschermingspersoneel, disfunctionele doorverwijzingsmechanismen en het geringe vertrouwen van slachtoffers in de autoriteiten als belangrijkste uitdagingen genoemd. In Europa melden de 25 responderende landen, naast een aantal van de bovengenoemde uitdagingen, de groeiende rol van de online dimensie van mensenhandel.
- Op internationaal niveau noemden verschillende EMN leden en -waarnemende landen bewustmakingscampagnes en samenwerking met derde landen en maatschappelijke organisaties als goede praktijken om mensenhandel te voorkomen. Landen prezen ook de inzet van politieverbindingsfunctionarissen in derde landen en de steun van EU-agentschappen ter ondersteuning van justitiële en wetshandhavingsmaatregelen. Belangrijke goede praktijken voor het identificeren en ondersteunen van slachtoffers in derde landen waren onder meer samenwerking met NGO's en activiteiten voor capaciteitsopbouw van belanghebbenden. In de leden en waarnemerslanden van het EMN waren goede praktijken onder meer mentoring en opleiding van wetshandhavingsinstanties, de oprichting van gespecialiseerde wetshandhavingseenheden of systemen voor slachtofferhulp, ondersteuning en doorverwijzing, en de organisatie van activiteiten voor capaciteitsopbouw voor belangrijke belanghebbenden.
- De leden en waarnemende landen van het EMN hebben specifieke aspecten geïdentificeerd die moeten worden versterkt bij de aanpak van de internationale dimensie van mensenhandel. Om de identificatie en bescherming van slachtoffers beter te ondersteunen, benadrukken de landen de noodzaak om het financiële onderzoek in verband met mensenhandel te verbeteren, zich verder te concentreren op de digitale ruimte en meer middelen te investeren in de aanpak van mensenhandel met het oog op arbeidsuitbuiting. Anderen wezen op de noodzaak om de samenwerking met bepaalde derde landen te versterken of de capaciteiten van de relevante autoriteiten te ontwikkelen.
Voor meer informatie verwijzen wij u naar de hierboven bijgevoegde studie. Voor een beknopter overzicht verwijzen wij u naar de inform of de Flash. Indien u meer wilt weten over de stand van zaken en de huidige praktijken in België, gelieve de Belgische bijdrage aan de studie te raadplegen.