Ad Hoc Vraag over de termijn om een aanvraag te heropenen in geval van impliciete intrekking of stopzetting van de aanvraag volgens richtlijn 2013/32/EU
In geval van stilzwijgende intrekking of afwijzing van een asielaanvraag, Art. 28 par. 2 van Richtlijn 2013/32/EU, is het de lidstaten toegestaan om in hun wetgeving een termijn - van ten minste negen maanden - vast te leggen, waarna de zaak van de verzoeker niet meer kan worden heropend of de nieuwe aanvraag als een volgende aanvraag kan worden behandeld. Het Duitse Federale Bureau voor Migratie en Vluchtelingen lanceerde een ad hoc vraag om na te gaan of en hoe de lidstaten deze bepaling hebben omgezet.
Download publication
Het Duitse Federale Bureau voor Migratie en Vluchtelingen lanceerde een ad hoc vraag om te onderzoeken (i) of de lidstaten Artikel 28, lid 2, van Richtlijn 2013/32/EU hebben omgezet; ii) welke termijn de lidstaten hebben vastgesteld om een aanvraag te heropenen in geval van impliciete intrekking of stopzetting van de aanvraag; (iii) in geval van niet-omzetting, of het nationale recht van de lidstaat andere mogelijkheden biedt om de zaak te heropenen dan het indienen van een nieuwe aanvraag.
24 lidstaten beantwoordden deze ad hoc vraag. Enkele bevindingen:
- De overgrote meerderheid van de lidstaten die aan het onderzoek deelnamen, hebben Artikel 28, lid 2, van Richtlijn 2013/32/EU omgezet.
- 11 van de deelnemende lidstaten hanteren een termijn van 9 maanden als termijn om een aanvraag te heropenen in het geval van impliciete intrekking of stopzetting van de aanvraag.
- In Nederland heeft de wetgever ervoor gekozen de mogelijkheid om een termijn in te stellen om de behandeling van de aanvraag te hervatten niet in de wetgeving op te nemen. Als het eerste verzoek door de verzoeker (impliciet) wordt ingetrokken, moet de verzoeker een nieuw verzoek om internationale bescherming indienen. Portugal en Kroatië leggen geen tijdslimiet op.
Lees voor meer informatie de bovenstaande compilatie van antwoorden.