Ad Hoc Vraag over de opvang van verzoekers om internationale bescherming
Op vraag van Zweden onderzoekt deze ad hoc vraag de in de lidstaten genomen maatregelen in het kader van artikel 7.1 van de Richtlijn 2013/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (herschikking)
Achtergrond:
In Zweden is een overheidscommissie belast met het onderzoeken van maatregelen om ervoor te zorgen dat verzoekers om internationale bescherming in de hun aangewezen huisvesting verblijven en beschikbaar zijn voor de autoriteiten. In het bijzonder richt het onderzoek zich op de verplichting om ‘binnen een hun daartoe door die lidstaat aangewezen gebied’ te verblijven overeenkomstig artikel 7.1 van de Richtlijn 2013/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (herschikking). Dergelijke maatregelen zouden in principe van toepassing zijn op alle verzoekers om internationale bescherming en kunnen ook worden opgelegd aan personen van wie de aanvraag om internationale bescherming in een definitieve beslissing is afgewezen. Daarom zijn de wetgevende oplossingen en praktijken die door de lidstaten die dergelijke maatregelen al toepassen van bijzonder belang voor Zweden.
Respondenten:
In totaal beantwoordden 24 landen deze ad hoc vraag (inclusief BE).
Bevindingen:
De ad hoc vraag toont o.a. aan dat:
- Op zes na geven de respondenten aan dat verzoekers een verplichting hebben om aan de autoriteiten verslag uit te brengen of persoonlijk voor hen te verschijnen als maatregel om hun verblijf in toegewezen huisvesting te waarborgen of anderszins de autoriteiten op de hoogte te houden van hun verblijfplaats. In de meeste gevallen betreft het een verplichting tot informatie/aanvraag in het kader van tijdelijke afwezigheid uit het opvangcentrum of de verplichting om hun woonadres en eventuele wijzigingen daarvan mede te delen. Vier respondenten gaven aan dat ze enkel een meldingsplicht hebben in het kader van alternatieven voor detentie.
- In verschillende landen kunnen personen van wie de asielaanvraag definitief werd afgewezen, uitgenodigd worden, om ten minste voor een bepaalde periode, in een daarvoor bestemde huisvesting te verblijven. Het kan een tijdelijk onderkomen zijn waar afgewezen verzoekers hun vrijwillige terugkeer kunnen organiseren en voorbereiden. Het kan ook een noodopvang zijn waar afgewezen aanvragers die dakloos zijn en in een situatie van (medische, sociale of psychologische) nood verkeren, kunnen worden ondergebracht.
- Terwijl in SE gezinnen met kinderen niet verplicht zijn om in toegewezen huisvesting of een toegewezen gebied te verblijven, gaven bijna alle andere respondenten aan dat er geen speciale regelingen zijn voor gezinnen met kinderen. In situaties die detentie vereisen, kunnen gezinnen met kinderen echter alternatieven voor detentie aangeboden krijgen, waaronder bijvoorbeeld de mogelijkheid om in BE in "open gemeenschapsgebaseerde familie-eenheden (of woonunits)" te verblijven.
Lees voor meer informatie de compilatie van antwoorden in de bijlage hierboven.