EMN België schrijft een update over detentie en alternatieven voor detentie (ATD) in België
In een nationale studie die in juli 2023 werd uitgebracht, evalueert EMN België het Belgische beleid en de praktijk met betrekking tot detentie en alternatieven voor detentie. De studie verduidelijkt welke detentieplaatsen en alternatieven voor detentie er bestaan in België, hoe het besluitvormingsproces verloopt en hoe detentie en alternatieven voor detentie daadwerkelijk worden toegepast.
De studie benadrukt onder andere dat:
- Bij het nemen van een beslissing tot detentie of het toepassen van een alternatief rekening wordt gehouden met verschillende criteria, waaronder de geschiktheid van het alternatief in relatie tot de behoeften van de individuele case, de kosteneffectiviteit van de detentie en de beschikbaarheid van plaatsen in de detentiecentra, de waarschijnlijkheid van terugkeer, het risico op onderduiken, de kwetsbaarheid van de derdelander en de impact op de mensenrechten. Wat het risico op onderduiken betreft, heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie verklaard dat het van essentieel belang is dat de criteria die het bestaan van een dergelijk risico bepalen en die de basis vormen voor bewaring, duidelijk worden gedefinieerd door een besluit waarvan de toepassing bindend en voorzienbaar is.
- Op 1 juni 2021 richtte de Dienst Vreemdelingenzaken een nieuwe afdeling 'Alternatieven voor detentie (ATD)' op. De afdeling is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en implementatie van alternatieven voor detentie. In oktober 2021 opende de dienst zijn eerste kantoor in het kader van het coachingstraject ‘Individual Case Management (ICAM)’, waarbij ICAM-coaches personen in irregulier verblijf begeleiden naar een langetermijnoplossing, hetzij een legaal verblijf in België, hetzij een terugkeer.
- Alternatieven voor detentie die in de praktijk in België worden toegepast zijn onder andere de verlenging van de termijn om het grondgebied te verlaten en ‘community management programs’ waarbij personen zelfstandig in de gemeenschap wonen en worden bijgestaan door een casemanager (family-units).
- In België zijn de Raadkamer en de Kamer van Inbeschuldigingstelling (samen met het Hof van Cassatie) bevoegd om de wettelijkheid en subsidiariteit van de vrijheidsberoving te controleren. Sommige nationale belanghebbenden benadrukken het gebrek aan substantiële rechterlijke toetsing wanneer beroep wordt aangetekend tegen een detentiebeslissing.
- In de Belgische praktijk en het Belgische beleid wordt bijzondere aandacht besteed aan bepaalde categorieën kwetsbare personen, waaronder kinderen, gezinnen met minderjarige kinderen en andere groepen zoals personen met een handicap en ouderen, zwangere vrouwen, personen met een ernstige ziekte of mentale stoornis, enz.
Lees voor meer informatie over detentie en alternatieven voor detentie in België de nationale studie op deze pagina. U vindt hier ook een samenvattend verslag voor vergelijkende informatie op EU-niveau over dit onderwerp.