EMN België brengt asiel- en migratie experten samen voor het policy event

Op 27 maart 2025 heeft EMN België meer dan 130 experts uit de wereld van asiel en migratie in België samengebracht. De Minister van Asiel en Migratie, Anneleen Van Bossuyt, sprak een breed publiek van deskundigen aan, afkomstig uit diverse vakgebieden. De deelnemers verkenden zowel recente ontwikkelingen als de huidige en toekomstige uitdagingen met betrekking tot asiel en migratie in België en de bredere EU-context. De dag werd gekarakteriseerd door de verkenning van verschillende thema's in aparte breakout-sessies, waar deelnemers de kans kregen om informele netwerken te creëren en mogelijke samenwerkingen te verkennen.

De Minister van Asiel en Migratie, Anneleen Van Bossuyt, opende de dag met een toespraak aan het publiek, dat bestond uit vertegenwoordigers van ministeriële kabinetten, asiel-, immigratie- en opvangautoriteiten, regionale overheden, internationale organisaties, maatschappelijke organisaties en de academische wereld. Ze gaf een overzicht van haar beleidsprioriteiten en presenteerde de eerste resultaten van de regeringsafspraken met betrekking tot asiel en migratie.

Haar toespraak leidde tot een eerste paneldiscussie over de impact van het coalitieakkoord en de beleidsverklaring van de regering over asiel en migratie in België. In deze discussie kwamen verschillende deskundigen aan het woord, waaronder Evelien Barbieux (Kabinet Van Bossuyt), Joost Depotter (Vluchtelingenwerk Vlaanderen), Mieke Verrelst (Universiteit Antwerpen) en Ina Vandenberghe (Myria). De besproken thema’s omvatten onder andere asiel en opvang, het institutionele kader en legale migratie. Het nieuwe beleidskader verwijst naar de "strengste asiel- en migratiepolitiek ooit" en de invoering van crisismaatregelen, maar er werd ook gepleit voor een meer holistische benadering die verder gaat dan tijdelijke oplossingen en gebaseerd is op een langetermijnvisie die de fundamentele rechten van individuen respecteert en beschermt.

Het Belgische beleid is onlosmakelijk verbonden met het Europese kader, wat ook aan bod kwam in een tweede panel. Dit panel, met bijdragen van Stijn De Decker (Immigratiedienst), Pieter-Jan Van Bosstraeten (Kabinet Van Bossuyt), Mieke Verrelst (Universiteit Antwerpen) en Joost Depotter (Vluchtelingenwerk Vlaanderen), richtte zich op de uitvoering van het Europees migratie- en asielpact en wat dit betekent voor België. Het kabinet verduidelijkte de versnelde uitvoering van het Pact, zoals vermeld in de beleidsverklaring. Er werd nadruk gelegd op het belang van terugkeer, met specifieke aandacht voor de terugkeerverordening, en er werd gesproken over de Belgische strategie voor tijdelijke bescherming.

Na de plenaire sessies gingen de deelnemers in verschillende breakout-sessies dieper in op belangrijke thema’s:

  • Regionale beleidsveranderingen en gemeenschappelijke trends in arbeidsmigratie: Het advocatenkantoor Fragomen, gespecialiseerd in economisch immigratierecht, presenteerde haar analyse van de hervormingen op het gebied van arbeidsmigratie in België in 2024. Fragomen merkte op dat de drie regio’s (Brussel-Hoofdstad, Vlaanderen en Wallonië) talrijke wijzigingen hebben doorgevoerd in de 'single permit' procedure en de regels voor werkvergunningen. Hoewel sommige maatregelen werden omschreven als bevorderlijk voor de tewerkstelling van buitenlandse werknemers—met name door een duidelijkere procedure voor laag- en middenskilled werknemers en de versoepeling van de regels voor het wisselen van werkgever voor hoogopgeleiden—merkte Fragomen op dat deze maatregelen in evenwicht worden gebracht door meer restrictieve maatregelen. Het kantoor benadrukte ook dat deze hervormingen de gefragmenteerde aard van de arbeidsmigratiewetgeving in België versterken. Het blijft nog afwachten of deze hervormingen in de praktijk effectief zullen zijn in het voorkomen van misbruik en het verbeteren van de procedurele efficiëntie.
     
  • Het "Reaching Undocumented Migrants (RUM)" project: Het International Centre for Migration Policy Development (ICMPD) deelde inzichten over het RUM-project, dat zich richt op het ontwikkelen van tools en strategieën om de outreach-inspanningen te verbeteren en professionals beter toe te rusten om migranten in irregulier verblijf te bereiken en te ondersteunen. Fedasil presenteerde haar Blueprint, een praktische gids die zowel overheidsinstanties als maatschappelijke organisaties helpt bij het opzetten van systemen die lokaal aanpasbaar zijn om migranten in irregulier verblijf te ondersteunen. De Blueprint is gebaseerd op principes zoals een mensgerichte benadering, flexibiliteit, het versterken van informatie, samenwerking met meerdere belanghebbenden en het balanceren van controle met tolerantie om effectievere ondersteuningssystemen te creëren. Het Mixed Migration Centre (MMC) deelde waardevolle bevindingen uit een recent onderzoek onder migranten in irregulier verblijf uit Afghanistan, Algerije, Guinee, Marokko en Tunesië in Brussel en Parijs. Het onderzoek toonde aan dat veel migranten zowel reguliere als irreguliere routes gebruiken om Europa te bereiken en dat ze na verloop van tijd proberen hun status te regulariseren. Het benadrukte ook hoe de toegang tot essentiële diensten, zoals huisvesting en werk, voor mensen in irregulier verblijf wordt beperkt, wat leidt tot sociale uitsluiting. Daarnaast werd het belang van netwerken bij het delen van informatie over programma's voor Assisted Voluntary Return and Reintegration (AVRR) benadrukt. MPI Europa richtte zich op het opbouwen van een sterke Community of Practice om effectievere begeleiding beter te begrijpen en analyseren, succes te definiëren en meten, en gesprekken te voeren die leiden tot echte veranderingen in het veld. ICMPD concludeerde met de volgende stappen, waarbij het belang van voortdurende samenwerking tussen organisaties, verbeterde outreach- en counselinginspanningen, en het delen van best practices voor frontline werkers werd benadrukt.
     
  • Gezinshereniging: Astrid Declercq en Céline Lepoivre van Myria, het Federaal Migratiecentrum, gaven een overzicht van het juridische kader voor gezinshereniging in België, gevolgd door een uitleg van recente wetswijzigingen en hun praktische gevolgen voor de betrokkenen. Myria benadrukte verschillende belangrijke punten: (i) hoewel gezinshereniging een van de belangrijkste legale migratiekanalen in België blijft en voornamelijk ten goede komt aan EU-burgers, is de procedure veeleisend, met strenge voorwaarden (stabiele tewerkstelling, inkomenstreshold, enz.) en kostbare, tijdrovende eisen (vertaling en legalisatie van documenten, bewijs van familiebanden, persoonlijke indiening bij diplomatieke posten, strikte indieningstermijnen, enz.). Ondanks de cruciale rol van professionele hulp bij het navigeren door deze complexiteit, worstelen bestaande ondersteuningsdiensten met de hoge vraag, (ii) de wet is de afgelopen 20 jaar verschillende keren gewijzigd. De wet van 10 maart 2024 vormt een nieuwe stap in dit proces, met als doel Europese rechtspraak en wetgeving te transponeren en tegelijkertijd misbruik van de procedure te voorkomen, en (iii) de nieuwe regering is van plan de regels voor gezinshereniging aanzienlijk te verstrengen, vooral—maar niet uitsluitend—voor erkende vluchtelingen en begunstigden van subsidiaire bescherming die onvrijwillig van hun gezinsleden zijn gescheiden en hun gezinsleven niet kunnen voortzetten in hun land van herkomst. De voorgestelde maatregelen roepen veel juridische en praktische vragen op.
     
  • Maatregelen tegen de seksuele uitbuiting van kinderen, inclusief mensenhandel: Eric Garbar van de Federale Gerechtelijke Politie gaf een overzicht van het fenomeen en presenteerde de resultaten van een pilootproject gericht op het verbeteren van de online detectie van minderjarigen die seksueel worden uitgebuit voor prostitutie, waarbij onder andere de exponentiële toename van het aantal gevallen werd benadrukt. Adrien Cornu van DEI - ECPAT België besprak het werk dat in opvangcentra wordt uitgevoerd om personeel te trainen om seksueel geweld tegen te gaan, waarbij werd benadrukt dat twee derde van het personeel niet is uitgerust om dergelijke situaties te detecteren of erop te reageren. Ten slotte presenteerde Sophie Willot van de Samilia-associatie bewustwordingsworkshops voor middelbare scholieren, waarbij het gebrek aan bewustzijn onder jongeren over mensenhandel en prostitutie werd benadrukt, evenals de terughoudendheid van veel scholen om dit onderwerp aan te pakken. De belanghebbenden kwamen overeen over drie belangrijke bevindingen: (1) het huidige gebrek aan informatie over de omvang van het fenomeen, dat nog steeds wordt onderschat en onderbelicht is, (2) het tekort aan middelen—zoals onvoldoende personeel, financiële middelen en technologische hulpmiddelen—samen met een gebrek aan adequate training en onvoldoende opvangcapaciteit voor slachtoffers, wat de bestrijding van het probleem bemoeilijkt, en (3) de significante rol van digitale technologieën, die elk kind een potentieel slachtoffer maken, criminelen talloze mogelijkheden bieden en een kritische succesfactor vormen voor degenen die proberen dit probleem aan te pakken.
     
  • De Migratiecode en het werk van de Commissie van Onafhankelijke Experts, die is opgezet om de codificatie van de Belgische immigratiewet te ondersteunen: Luc Leboeuf, co-voorzitter van de Commissie, kaderde de langdurige discussie over de noodzaak om de Belgische immigratiewet te codificeren, legde uit hoe de Commissie was gestructureerd en hoe zij gedurende haar mandaat werkte, en presenteerde de belangrijkste conclusies van het eindrapport van de Commissie, beschikbaar in het Frans en Nederlands. De belangrijkste conclusies uit deze sessie waren: (i) de codificatie van de Belgische immigratiewet is essentieel voor de duidelijkheid en leesbaarheid van het onderwerp. De talrijke amendementen op de wet van 15 december 1980, die vaak ad hoc zijn doorgevoerd, hebben de leesbaarheid en samenhang ervan ondermijnd, (ii) de codificatie van de Belgische immigratiewet moet worden uitgevoerd met oog voor de implementatie-uitdagingen van de huidige wetgeving, zoals geïdentificeerd door belanghebbenden tijdens de brede raadpleging die door de Commissie van Onafhankelijke Experts werd uitgevoerd en die het codificatieproces onder de vorige legislatuur ondersteunde, en (iii) deze raadpleging benadrukte met name de noodzaak om wettelijke voorwaarden te scheppen voor minder unilaterale administratieve actie en om de overmatige fragmentatie van het onderwerp te voorkomen, met name door het overmatig gebruik van procedurele en materiële onderscheidingen op basis van verblijfsstatus en de kwaliteit van de betrokken personen.
     
  • Detectie van kwetsbaarheden bij asielzoekers: Morgane Rousseaux (Bruss’help) schetste de situatie van asielzoekers buiten het opvangnetwerk en benadrukte hun kwetsbaarheden. Camille Coubeaux (Fedasil) presenteerde een project dat werd uitgevoerd in samenwerking met de Immigratiedienst, de Voogdijdienst en het CGVS, ondersteund door het Europese Unie Agentschap voor Asiel (EUAA). Het project heeft als doel een samenwerkende en gestroomlijnde aanpak te ontwikkelen om kwetsbaarheden en specifieke behoeften binnen het asiel- en opvangproces beter te identificeren. Gunter Habets (CGVS) introduceerde een ander project, het Vulnerability and Asylum-project, dat betrekking heeft op de deelname van asielzoekers met fysieke of mentale kwetsbaarheden aan asielprocedures, met name tijdens persoonlijke interviews. Hij benadrukte dat, hoewel kwetsbaarheden in de beoordelingen worden meegenomen, ze op zichzelf niet bepalend zijn voor de geschiktheid voor internationale bescherming. Hij merkte ook op hoe belangrijk het is om deze kwetsbaarheden te erkennen, terwijl ook de veerkracht en autonomie van de asielzoekers worden gewaardeerd. Er werden belangrijke punten raised door belanghebbenden: (1) asielzoekers ondervinden steeds meer uitdagingen, vooral in de context van de opvangcrisis, waarbij veel alleenstaande mannen op straat worden gelaten, wat hun kwetsbaarheden verergert en de identificatie en zorg bemoeilijkt, (2) er is behoefte aan een gemeenschappelijke, geïntegreerde aanpak, inclusief een geharmoniseerd kader voor vroege detectie en beoordeling van kwetsbaarheden om de coördinatie te verbeteren en menselijke behandeling te waarborgen, en (3) het versterken van partnerschappen en samenwerking tussen alle belanghebbenden, inclusief humanitaire actoren, is essentieel voor het bevorderen van een samenhangend en geïntegreerd systeem, met respect voor de mandaten van elke actor.

Voor meer informatie over de breakout-sessies die hierboven werden genoemd, kunt u de onderstaande PowerPoint-presentaties raadplegen.

Het team van EMN België is trots en dankbaar voor het uitgebreide en diverse netwerk van experts waar we op mogen rekenen. Wij willen iedereen hartelijk bedanken voor hun actieve en waardevolle bijdragen aan de discussies tijdens het policy event.

Publicatiedatum:
Geografie:
Trefwoorden:
Hoofdthema:
Opdrachtgever:
EMN
Soort nieuws: