HvJ-EU: ouders mogen niet worden bestraft voor het faciliteren van illegale binnenkomst wanneer zij vergezeld worden door minderjarige kinderen
Op 3 juni 2025 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) een uitspraak gedaan die de reikwijdte van het strafbaar feit van het faciliteren van illegale binnenkomst in de EU verduidelijkt. Het Hof oordeelde dat een onderdaan van een derde land niet strafrechtelijk mag worden vervolgd voor het binnenbrengen van minderjarigen onder zijn of haar hoede in een EU-lidstaat, ook al is deze binnenkomst in strijd met de grensregels. Deze beslissing benadrukt de bescherming van gezinsverantwoordelijkheden en fundamentele rechten binnen het EU-recht.
De zaak betrof een onderdaan van een derde land die arriveerde op de luchthaven van Bologna (Italië) met haar minderjarige dochter en nichtje, die beiden reisden met valse paspoorten. Zij verklaarde dat zij vanwege bedreigingen tegen haar familie uit haar land was gevlucht en daadwerkelijk zorg droeg voor de minderjarigen. Kort na aankomst vroeg zij internationale bescherming aan, maar werd zij vervolgd voor het faciliteren van illegale binnenkomst. In deze context moest het Hof beoordelen of het gedrag van een persoon die minderjarigen onder zijn of haar daadwerkelijke hoede in een EU-lidstaat binnenbrengt in strijd met de grensregels, valt onder het algemene strafbaar feit van het faciliteren van illegale binnenkomst zoals gedefinieerd in het EU-recht, en of dergelijk gedrag strafrechtelijk kan worden bestraft.
Het Hof oordeelde dat dit gedrag geen facilitering van illegale immigratie vormt, maar juist de uitoefening van gezinsverantwoordelijkheid betreft. Artikel 7 en artikel 24 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie beschermen het respect voor het gezinsleven en de rechten van het kind, en het strafbaar stellen van dergelijk gedrag zou een ernstige inbreuk vormen op deze fundamentele rechten. Bovendien kan, omdat de persoon een aanvraag voor internationale bescherming heeft ingediend, zij niet worden beschouwd als illegaal verblijvend zolang haar asielaanvraag in behandeling is, en kan zij daarom op die grond niet strafrechtelijk worden vervolgd. Tot slot bevestigde het Hof dat het lidstaten niet is toegestaan nationale strafwetten uit te breiden voorbij de grenzen die het EU-recht stelt, en dat het strafbaar stellen van dergelijk gedrag verboden is.
Voor meer details kunt u de persverklaring van het Hof van Justitie van de Europese Unie en (in het Engels) de uitspraak van het Hof raadplegen.