Het Hof van Justitie zegt dat een niet-begeleide minderjarige vluchteling het recht op gezinshereniging behoudt, zelfs als hij tijdens de procedure de meerderheid bereikt
In een vandaag gepubliceerd arrest heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie verduidelijkt dat een niet-begeleide minderjarige vluchteling recht heeft op gezinshereniging met zijn ouders, ook als hij tijdens de gezinsherenigingsprocedure meerderjarig is geworden.
Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft haar arrest in zaak C-560/20 bekendgemaakt. Een niet-begeleide minderjarige Syriër heeft in Oostenrijk de vluchtelingenstatus verkregen, waarna zijn ouders en zijn meerderjarige zus hebben verzocht om verblijfsvergunningen voor dat land om zich bij hem te kunnen voegen. De Oostenrijkse autoriteiten hebben deze verzoeken afgewezen op grond dat de jonge Syriër na indiening daarvan meerderjarig was geworden. Ook de daaropvolgende verzoeken om gezinshereniging zijn afgewezen. De ouders en de zus zijn tegen deze laatste afwijzing opgekomen bij het Verwaltungsgericht Wien (bestuursrechter in eerste aanleg Wenen, Oostenrijk). Deze rechter heeft het Hof van Justitie verzocht om uitlegging van de richtlijn inzake het recht op gezinshereniging.
Het Hof oordeelde in de eerste plaats dat een niet-begeleide minderjarige vluchteling die meerderjarig is geworden tijdens de procedure betreffende het verzoek om gezinshereniging met zijn ouders, recht heeft op een dergelijke gezinshereniging. Dit recht kan immers niet afhangen van de snelheid waarmee het verzoek wordt behandeld. Het verzoek kan dus niet worden afgewezen op grond dat de vluchteling niet meer minderjarig is op de datum van het besluit op dat verzoek.
In de tweede plaats merkte het Hof op dat, vanwege de ziekte van de zus van de minderjarige vluchteling, indien ze niet tegelijk met haar ouders in aanmerking zou komen voor gezinshereniging met deze vluchteling, aan laatstgenoemde feitelijk zijn recht op gezinshereniging met zijn ouders wordt ontnomen, omdat die ouders zich niet bij hun zoon kunnen voegen zonder hun dochter mee te nemen.
In de derde plaats stelde het Hof vast dat noch van de minderjarige vluchteling noch van zijn ouders kan worden vereist dat zij voor henzelf en de ernstig zieke zus beschikken over voldoende huisvesting, een ziektekostenverzekering en voldoende bestaansmiddelen. Het is voor een niet-begeleide minderjarige vluchteling immers praktisch onmogelijk om aan deze voorwaarden te voldoen. Ook voor de ouders van een dergelijke minderjarige is het uiterst moeilijk om aan die voorwaarden te voldoen nog voordat zij met hun kind zijn herenigd.
Voor meer details kunt u het arrest van het Hof en het persbericht van 30 januari 2024 lezen.