Het Gerecht van de Europese Unie stelt dat Frontex niet aansprakelijk kan worden gesteld voor enige schade die verband houdt met de terugkeer van Syrische vluchtelingen naar Turkije

In zijn uitspraak in zaak T-600/21 | WS en anderen tegen Frontex heeft het Gerecht van Eerste Aanleg vandaag de vordering van een aantal Syrische vluchtelingen verworpen die een schadevergoeding hadden ingediend bij het Gerecht van de Europese Unie. De verzoekers beweerden dat Frontex niet correct heeft gehandeld.  

De zaak betreft een aantal Syrische vluchtelingen die in 2016 op het Griekse eiland Milos arriveerden. Nadat ze waren overgebracht naar het eiland Leros, uitten ze hun wens om een aanvraag voor internationale bescherming in te dienen. Echter, na een gezamenlijke terugkeeroperatie uitgevoerd door het Europees Grens- en Kustwachtagentschap (Frontex) en Griekenland, werden ze overgebracht naar Turkije. Van daaruit gingen ze naar Irak, waar ze sindsdien verblijven. 

Volgens de Syrische vluchtelingen zouden ze - als Frontex haar verplichtingen met betrekking tot de bescherming van fundamentele rechten niet had geschonden in de context van de terugkeeroperatie - niet onrechtmatig naar Turkije zijn teruggestuurd en zouden ze de internationale bescherming hebben verkregen waar ze recht op hadden, gezien hun nationaliteit en de situatie in Syrië op dat moment. In het bijzonder kaartten ze aan dat Frontex het beginsel van non-refoulement, het recht op asiel, het verbod op collectieve uitzetting, de rechten van het kind, het verbod op vernederende behandeling, het recht op behoorlijk bestuur en op een doeltreffend rechtsmiddel heeft geschonden. 

In zijn uitspraak van vandaag stelde het Gerecht: "Wat terugkeeroperaties betreft, heeft Frontex enkel de taak om technische en operationele ondersteuning te bieden aan de lidstaten. Het zijn echter alleen de lidstaten die bevoegd zijn om de merites van terugkeerbesluiten te beoordelen en aanvragen voor internationale bescherming te onderzoeken. De betreffende vluchtelingen hebben dus ongelijk voor zover ze beweren dat zij, zonder de vermeende nalatigheden van Frontex, niet onrechtmatig naar Turkije zouden zijn teruggestuurd en de materiële en immateriële schade die zij hebben aangevoerd, niet zouden hebben geleden, aangezien zij de internationale bescherming die zij wensten, zouden hebben verkregen gezien de situatie in Syrië." 

Voor verdere informatie kunt u het persbericht van het Hof van Justitie van de Europese Unie en het vonnis raadplegen. 

Publicatiedatum:
Geografie:
Trefwoorden:
Hoofdthema:
Opdrachtgever:
Soort nieuws: