De Raad van de EU keurt de herziene Richtlijn betreffende de gecombineerde vergunning formeel goed
Op vrijdag 12 april 2024 heeft de Raad van de Europese Unie de herziene Richtlijn betreffende de Gecombineerde Vergunning goedgekeurd, waarin de procedure wordt vastgesteld voor het verkrijgen van een gecombineerde vergunning om in de EU te werken en te verblijven met een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen. De herziening voorziet in een verkorte aanvraagprocedure en beoogt de rechten van werknemers uit derde landen te versterken door verandering van werkgever en een beperkte periode van werkloosheid toe te staan.
Op 27 april 2022 stelde de Europese Commissie een herschikking van de Richtlijn betreffende een Gecombineerde Vergunning voor, onder meer om de aanvraagprocedure te stroomlijnen en doeltreffender te maken, en om nieuwe voorschriften op te nemen om de waarborgen en de gelijke behandeling van onderdanen van niet-EU-landen in vergelijking met EU-burgers te versterken en hun bescherming tegen arbeidsuitbuiting te verbeteren.
De herziene Richtlijn betreffende een gecombineerde vergunning, die formeel werd goedgekeurd door de Raad van de Europese Unie, bevat onder meer de volgende nieuwigheden:
- Een werknemer uit een derde land kan een aanvraag indienen vanaf het grondgebied van een derde land of, als hij/zij houder is van een geldige verblijfsvergunning, vanuit de EU.
- De herziene Richtlijn betreffende een gecombineerde vergunning bevat striktere termijnen voor het besluit om een vergunning af te geven. Dit moet gebeuren binnen drie maanden na ontvangst van de ingevulde aanvraag.
- Houders van een gecombineerde vergunning kunnen van werkgever veranderen. Voor een dergelijke verandering moeten de autoriteiten op de hoogte worden gebracht en de lidstaten kunnen een arbeidsmarktcontrole uitvoeren. EU-landen kunnen ook een minimumperiode voorschrijven waarin de houder van de gecombineerde vergunning voor de eerste werkgever moet werken.
- Als een houder van een gecombineerde vergunning werkloos wordt, mag hij/zij op het grondgebied van de lidstaat blijven als de totale periode van werkloosheid niet langer is dan drie maanden tijdens de geldigheidsduur van de gecombineerde vergunning of niet meer dan zes maanden na twee jaar vergunning.
De richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgend op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. De lidstaten hebben twee jaar de tijd om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving.
Lees voor meer informatie het persbericht van de Raad van de EU.