België veroordeeld door het EHRM wegens schending van artikel 5 §4 EVRM
Op 14 november heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens uitspraak gedaan in de zaak M.D. t België en beslist dat het recht op een effectief rechtsmiddel dat op korte termijn uitspraak doet over de rechtmatigheid van detentie, zoals verankerd in artikel 5 §4 EVRM, geschonden is.
De zaak M.D. t België
Verzoeker, MD., een asielzoeker, werd gedurende 4 maanden en 8 dagen vastgehouden in een gesloten centrum, op grond van drie opeenvolgende beslissingen die zijn vasthouding bevolen. Zijn beroep tegen de tweede vasthoudingsbeslissing werd afgewezen op grond van de overweging dat het beroep zonder voorwerp geworden was; er was intussen reeds een derde vasthoudingsbeslissing genomen. In het beroep tegen deze derde beslissing werd nooit een uitspraak ten gronde gedaan, aangezien verzoeker intussen vrijgelaten werd wegens verstrijken van de termijn van het vasthoudingsbevel.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens overweegde dat de opsluiting van verzoeker nooit het onderwerp was geweest van een onderzoek door een rechtbank, die op korte termijn uitspraak doet over de rechtmatigheid van de detentie en veroordeelde België om die redenen tot schending van artikel 5 §4 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Meer informatie
De uitspraak van het Hof kunt u terugvinden in het bijgevoegde document en op de website.
De taal van de zaak is het Frans.