Frequently Asked Questions

1. Wat is het statuut van het Belgische Nationaal Contactpunt van het EMN?

Het Belgisch Nationaal Contactpunt werd opgericht in de beginfase van de ontwikkeling van het Europees Migratienetwerk (EMN) en nam deel aan het pilootproject en de voorbereidende werkzaamheden vanaf 2003.

Op 14 mei 2008 werd het EMN opgericht bij Beschikking 2008/381/EG van de Raad. Deze beschikking bepaalt dat “het EMN ondersteund moet worden door een ‘Nationaal Contactpunt’ in elke Lidstaat” en voorziet verder dat “om te verzekeren dat de Nationale Contactpunten over de nodige expertise beschikken om het hoofd te bieden aan de complexe aspecten van de problemen inzake migratie en asiel, zij moesten samengesteld zijn uit minstens drie experten die, afzonderlijk of collectief, beschikken over deskundigheid inzake beleidsvorming, wetgeving, onderzoek en statistiek. Deze experten kunnen komen van de ministeries van de lidstaten of van een andere organisatie.”

In overeenstemming met deze Beschikking, besliste de ex-Minister voor Migratie- en Asielbeleid op 1 november 2008 om een multi-institutioneel Nationaal Contactpunt op te richten, dat momenteel is samengesteld uit drie instellingen, namelijk de Dienst Vreemdelingenzaken, het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen en het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding.

2. Hoe wordt het Belgisch Nationaal Contactpunt van het EMN gefinancierd?  

Op basis van een afzonderlijke subsidieaanvraag die jaarlijks wordt ingediend bij de Europese Commissie, wordt tot 80% van de kosten van het Belgisch Nationaal Contactpunt gedragen door de algemene begroting van de EU in overeenstemming met Verordening nr. 1605/2002 van de Raad.

De rest van de kosten wordt gedragen door De Dienst Vreemdelingenzaken, dat verantwoordelijk is voor het coördineren van de activiteiten van het Nationaal Contactpunt. Daarnaast is het zo dat de drie organisaties die deel uitmaken van het Nationaal Contactpunt, namelijk het de Dienst Vreemdelingenzaken, het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen en het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding,  personeelsleden afvaardigen.

3. Wie kan deel uitmaken van het Nationaal Migratienetwerk?

De Beschikking van de Raad van 14 mei 2008 bepaalt dat “De Nationale Contactpunten… een nationaal migratienetwerk zullen oprichten, samengesteld uit een breed veld van organisaties en personen die actief zijn op het vlak van migratie en asiel en die de relevante stakeholders vertegenwoordigen”.

Overeenkomstig deze Beschikking, heeft het Belgisch Nationaal Contactpunt contacten ontwikkeld en samengewerkt met verschillende belangrijke actoren die actief zijn op het vlak van asiel en migratie in België, zoals onder meer kabinetsmedewerkers (van de Minister van Werk en Gelijke Kansen, van de Staatssecretaris voor asiel en migratie, maatschappelijke integratie en armoedebestrijding), personeelsleden in Federale Openbare Diensten (Binnenlandse zaken, Buitenlandse Zaken, Justitie, enz.), onderzoekers in Universiteiten (Vrije Universiteit Brussel - ULB VUB, Katholieke Universiteit Leuven - KUL, Universiteit Antwerpen - UA, Universiteit Gent - UGent, enz.) en andere Studiecentra (Odysseus Network, enz.), vertegenwoordigers van Niet-Gouvernementele en andere Organisaties (CIRE, Vluchtelingenwerk Vlaanderen, enz.) en Regionale Kantoren van Internationale Organisaties (UNHCR Belgium, IOM Brussels, enz.).

Met het oog op het vergaren van expertise op het vlak van asiel en migratie, het delen van informatie en standpunten over verschillende aspecten van beleidsvorming, wetgeving, onderzoek alsook statistieken, heeft het Belgisch Nationaal Migratienetwerk een open structuur en is er plaats voor elke actor (zowel een entiteit als een individueel expert) die actief is op dit vlak en die bereid is bij te dragen tot en deel te nemen aan de activiteiten van het EMN (rapporten, studies, ad hoc informatieaanvragen, evenementen, enz.).

Gelieve met ons contact op te nemen indien u wenst te bekijken of er mogelijkheden zijn tot samenwerking met EMN België

4. Hoe worden de jaarlijkse werkprogramma's van het EMN aangenomen?

De Nationale Contactpunten (NCP’s) worden geraadpleegd ter gelegenheid van de vergaderingen van de NCP’s van het EMN om jaarlijkse werkprogramma’s op te stellen (met inbegrip van indicatieve bedragen voor de minimum- en maximumbegroting voor elk NCP van het EMN), die dan worden goedgekeurd door de Stuurgroep (in overeenstemming met Artikel 4(5a) van Beschikking 2008/381/EG van de Raad) en dan formeel goedgekeurd door de Commissie.

EMN Werkprogramma’s:

  • Bepalen en verder uitwerken van de uitvoering van prioritaire acties
  • In detail uitwerken van de activiteiten (inclusief netwerken, ad hoc vragen, rapporten en studies, het verzamelen, vergelijken en verstrekken van informatie, zichtbaarheid en coördinatie) die moeten worden uitgevoerd door de EMN NCP’s en de Commissie, bijgestaan door Dienstverleners
  • Verschaffen van een overzicht en tijdsschema van de door het EMN te leveren prestaties
  • Opnemen van budgettaire voorzieningen voor de uitvoering van bovengenoemde activiteiten

De vooruitgang die geboekt wordt met betrekking tot de vooropgestelde activiteiten in het EMN Werkprogramma, wordt bekeken tijdens vergaderingen van de NCP’s van het EMN en de Stuurgroep

5. Hoe worden de onderwerpen van de EMN-studies gekozen?

Elk jaar organiseert het EMN, als onderdeel van de voorbereiding van zijn Werkprogramma voor het volgende jaar, een selectieproces van studies die specifieke thema’s behandelen die relevant zijn voor beleidsontwikkelingen. Zo waren er bijvoorbeeld onder meer studies over niet-begeleide minderjarigen, vrijwillige terugkeer, arbeidsmigratie en irreguliere migratie.

Elk jaar in april presenteren en bespreken de Commissie en de Nationale Contactpunten (NCP’s) de prioriteiten voor het EU-beleid, met inbegrip van recente en verwachte ontwikkelingen, evenals specifieke nationale perspectieven en situaties.

Tussen april en juli worden studievoorstellen uitgewerkt door diegenen die de studieonderwerpen voorstellen (hetzij de Commissie of één NCP of verschillende EMN NCP’s die samenwerken). De voorgestelde onderwerpen moeten relevant zijn voor en in overeenstemming met het mandaat en het objectief van het EMN, met name het verstrekken van informatie ter ondersteuning van de beleidsvorming in de EU. In eerste instantie worden vragen, opmerkingen en suggesties gedeeld en besproken.

In juli worden de ontwerpversies verspreid onder de NCP’s van het EMN, in samenwerking met de EMN Stuurgroep en andere stakeholders indien van toepassing, maken een lijstje van zeven voorstellen op, in volgorde van voorkeur.

In september wordt een vergelijkende tabel van gewogen rangschikking besproken op de EMN NCP Meeting en wordt een ontwerpdocument opgemaakt ter voorlegging aan de Stuurgroep.

Midden oktober wordt een document met zeven prioritaire onderwerpen en andere voorstellen opgestuurd naar de Stuurgroep, die tot twee onderwerpen kiest die zullen opgenomen worden in het programma van het volgende jaar.

6. Wie kan bijdragen aan EMN-rapporten en studies die gepubliceerd worden door het Belgisch Nationaal Contactpunt?

De Nationale Contactpunten van het EMN staan in verbinding met hun partners en de leden van hun nationale netwerk, en dit in verschillende mogelijke fasen:

  • Om conceptdocumenten en gezamenlijke specificaties op te stellen die verband houden met rapporten en studies
  • Om nationale rapporten en studies te ontwerpen en te produceren
  • Om opmerkingen en aanmerkingen te geven op syntheserapporten
  • Om bovengenoemde producten te verspreiden

Afhankelijk van het onderwerp in kwestie, de noden en omstandigheden van elk product, evenals de middelen en prioriteiten van de Nationale Contactpunten en de partners en netwerkleden, worden interne en/of externe middelen verzameld.

In de fase van onderzoek en het effectief opstellen van rapporten en studies, kunnen de volgende medewerkers worden ingeschakeld:

  • De personeelsleden van het Nationaal Contactpunt zelf
  • Collega’s van verschillende federale openbare diensten
  • Onderzoekers gekozen via een openbare aanbesteding

Eens de nationale rapporten en studies zijn opgesteld, zijn de Commissie en diens service provider verantwoordelijk voor het afleveren van vergelijkende syntheserapporten, waarbij de Nationale Contactpunten en de Nationale Netwerkleden worden gevraagd en aangemoedigd om die verder te controleren en hun opmerkingen daarop te geven.

In elke fase zou het Belgisch Nationaal Contactpunt graag opmerkingen, standpunten en input ontvangen van een brede waaier aan actoren die actief zijn op dat vlak, en de kwaliteit en het gebruik van die producten bespreken.

7. Wie kan het initiatief nemen om een Ad-hoc vraag te lanceren?

Ad hoc vragen zijn een manier voor het EMN om snel te beantwoorden aan de informatiebehoeften voor het ontwikkelen van een specifiek beleid door een Lidstaat en/of de Europese Commissie. Ad Hoc vragen gaan over aspecten die verband houden met zowel migratie- als asielbeleid. Thema’s die het vaakst aan bod komen zijn onder meer bescherming, verblijf, economische migratie en terugkeer, maar ook de toepassing van het EU-aquis (Gemeenschapsrecht) en andere thema’s zoals gezinshereniging, illegale migratie, grenzen en visa.

Elk NCP van het EMN en de Commissie kunnen een Ad-Hoc Informatieaanvraag lanceren, met de mogelijkheid om de aanvraag te richten aan een bepaalde groep Lidstaten, indien dit relevanter is voor de gewenste informatie.

Een Nationaal Netwerklid kan ook vragen, rechtstreeks aan haar respectieve EMN NCP, om een Ad-Hoc verzoek te lanceren. Het onderwerp en de inhoud van de informatieaanvraag zou eerst besproken moeten worden met het NCP van het EMN om met name te bepalen of de gevraagde informatie binnen de opdracht van het EMN valt en om herhalingen van vragen voor dezelfde informatie te vermijden (hetzij binnen het EMN of elders - b.v. Eurasil, Nationale Contactpunten over Integratie, Permanente Vertegenwoordigingen).