Publicatie datum:
In de uitspraak in zaak C-222/22 oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie dat de Kwalificatierichtlijn zich verzet tegen een vermoeden dat elk volgend verzoek om internationale bescherming, gebaseerd op omstandigheden die de verzoeker heeft gecreëerd door zijn of haar eigen beslissing sinds het verlaten van het land van herkomst, voortkomt uit het oogmerk de procedure voor de verlening van internationale bescherming te misbruiken of te instrumentaliseren. Elk volgend verzoek moet op individuele basis worden beoordeeld.