Het Hof van Justitie oordeelt dat niet-begeleide minderjarigen niet ongehuwd hoeven te zijn om in gezinsherenigingsprocedures sponsor te zijn van hun ouders

In de zaak X/België, bij arrest van 17 november 2022, interpreteerde het Hof van Justitie (hierna: HvJ) de betekenis van artikel 2f), en artikel 10, lid 3, a), van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Meer bepaald, oordeelde het HvJ dat een niet-begeleide minderjarige vluchteling die in een lidstaat verblijft, niet ongehuwd hoeft te zijn om recht te hebben op gezinshereniging met eerstegraads verwanten in rechtstreekse opgaande lijn.

 

De zaak van X gaat over een vrouw uit Palestina wiens dochter bij aankomst als niet-begeleid beschouwd werd. Nochtans, kwam ze naar België op 15-jarige leeftijd om haar echtgenoot te vervoegen. Nadat de dochter als vluchteling erkend was, verzocht de moeder om gezinshereniging met haar dochter.

Het HvJ gaf aan dat een ‘niet-begeleide minderjarige’ die in een lidstaat verblijft, niet ongehuwd hoeft te zijn om de status van ‘sponsor’ te krijgen, in de zin van gezinsherenigingrichtlijn, om gezinshereniging te verkrijgen met bloedverwanten in rechtstreekse opgaande lijn.

Voor aanvullende en gedetailleerde informatie (in het Engels), zie het arrest van het Hof in zaak C-230/21

Publicatiedatum:
Geografie:
Trefwoorden:
Hoofdthema:
Opdrachtgever:
Soort nieuws: