België heeft sinds maart 2022 een statuut van tijdelijke bescherming verleend aan 1600 alleenstaande minderjarigen die uit Oekraïne zijn gevlucht
Eurostat heeft gegevens vrijgegeven over alleenstaande minderjarigen die tussen maart 2022 en september 2024 tijdelijke bescherming kregen in 21 EU-lidstaten en alle EFTA-landen. Oostenrijk, Nederland en Litouwen hebben in absolute termen de meeste statuten van tijdelijke bescherming verleend aan alleenstaande minderjarigen sinds maart 2022. België heeft in dezelfde periode tijdelijke bescherming verleend aan 1600 alleenstaande minderjarigen.
Sinds maart 2022 hebben 21 EU-landen en alle EFTA-landen gegevens verstrekt over alleenstaande minderjarigen die uit Oekraïne zijn gevlucht.
Van de EU-landen waarvoor gegevens beschikbaar zijn, hebben Oostenrijk (2.255), Nederland (1.705) en Litouwen (1.635) de meeste tijdelijke bescherming statussen verleend aan alleenstaande minderjarigen sinds maart 2022. België staat op de vierde plaats met 1600 verleende tijdelijke bescherming statussen tussen maart 2022 en september 2024. In relatieve termen werd het hoogste aandeel alleenstaande minderjarigen in het totale aantal kinderen dat tijdelijke bescherming kreeg, geregistreerd in Kroatië (12,9%).
Eurostat benadrukte dat kinderen eind september 2024 32,3% van de begunstigden van tijdelijke bescherming uitmaakten. Het aandeel tijdelijke bescherming statussen die aan kinderen werden verleend, nam aanzienlijk toe, van 26,2% in het tweede kwartaal van 2024 naar 31,1% in het derde kwartaal van 2024, een opmerkelijke stijging van 4,9%. Dit vertegenwoordigt het hoogste kwartaalpercentage kinderen dat tijdelijke bescherming ontving sinds het tweede kwartaal van 2022.
Voor meer details kunt u het persbericht van Eurostat lezen en de uitleg over de statistieken inzake tijdelijke bescherming voor personen die uit Oekraïne zijn gevlucht bekijken.